Fukushima of de bekering van een supergroene columnist tot kernenergie

Columnist George Monbiot, bekeerd tot kernenergieHet zal u niet verbazen dat de gebeurtenissen in Japan mijn mening over kernenergie hebben veranderd. Maar het zal u wel verbazen hoe die mening is veranderd. Als gevolg van de ramp in Fukushima sta ik niet langer neutraal tegenover kernenergie, ik ben voorstander geworden.

Aan het woord George Monbiot, waarschijnlijk de meest fanate groene columnist in misschien wel de groenste krant op aarde: de Guardian. Beroemd en succesvol auteur en liefhebber van stevige uitspraken zoals: “…iedere keer dat er in Bangla Desh iemand sterft als gevolg van een overstroming moet er een directeur van een luchtvaartmaatschappij uit zijn kantoor gesleept worden  en verdronken”. Deze man schreef gisteren over wat hij zelf zijn bekering noemt:

‘Een gammele, oude centrale met onvoldoende veiligheidsvoorzieningen is getroffen door een monsterlijke aardbeving en een enorme tsunami. De elektriciteitsvoorziening crashte en daardoor viel het koelsysteem uit. De reactoren begonnen te exploderen en te smelten. De ramp toonde de gevolgen van een slecht ontwerp en gesjoemel (corner cutting). Toch, voor zover wij weten, heeft nog niemand een dodelijke dosis straling ontvangen.’
‘Sommige groenen hebben de gevaren van radioactieve vervuiling enorm overdreven. Kijk voor een beter beeld hierop naar de grafiek gepubliceerd door xkcd.com. Het blijkt dat de gemiddelde totale dosis van de Three Mile Island ramp voor iemand die binnen 10 mijl van de fabriek woonde 1/625e bedroeg van de maximale jaarlijkse toegestane hoeveelheid voor Amerikaanse stralingswerkers. Dit is de helft van de laagste jaardosis die men duidelijk heeft kunnen linken aan een verhoogd risico op kanker, en het is 1/80e van een onherroepelijk fatale blootstelling. Dit is geen reden om zelfgenoegzaam achterover te leunen, maar wel een pleidooi om de zaken in perspectief te zetten.’

En vervolgens maakt Monbiot duidelijk dat ook zijn eerdere pleidooien voor hernieuwbare energiebronnen rijp zijn voor de prullebak

‘Net als de meeste groenen, ben ik voorstander van een forse uitbreiding van hernieuwbare energiebronnen. Maar ik kan ook meevoelen met de klachten van hun tegenstanders. Het zijn niet alleen de windparken waar mensen moeite mee hebben, maar ook de nieuwe aansluitingen (masten en hoogspanningsleidingen). Naarmate het aandeel van hernieuwbare elektriciteit op het net stijgt, zal er meer pompaccumulatie nodig zijn om het licht aan te houden. Dat betekent: reservoirs op de bergen: die zijn niet populair.’

Vervolgens opent Monbiot het vuur op zijn medegroenen die ook de noodzakelijke uitbreiding van het elektriciteitsnet afwijzen omdat ze vinden dat energie lokaal geproduceerd moet worden (denk ook even aan de Zutphense plannen voor autarkie). Monbiot gelooft er niet in.

‘Op hoge breedtegraden als de onze zijn de meeste vormen van kleinschalige elektriciteitsopwekking verliesgevende aangelegenheden. Het opwekken van zonneenergie in het Verenigd Koninkrijk betekent een spectaculaire verspilling van schaarse middelen. Het is hopeloos inefficiënt en slecht afgestemd op de vraag. Windenergie in bevolkte gebieden is waardeloos. Micro-waterkracht zou kunnen werken voor een boerderij in Wales, maar in Birmingham heb je er niet veel aan.
En hoe houden we onze textielfabrieken, steenovens, hoogovens en elektrische spoorwegen aan de gang - om maar niet te spreken over geavanceerde industriële processen? Met zonnepanelen? Op het moment dat je je de behoeftes van de hele economie realiseert verlies je je liefde voor lokale energievoorziening. Een nationaal (of, beter nog, internationaal) netwerk is de essentiële voorwaarde voor een grotendeels duurzame energievoorziening.’

Sommige groenen, zo meldt Monbiot gaan zelfs nog verder door te bepleiten hernieuwbare bronnen rechtstreeks te gebruiken in plaats van ze eerst in elektriciteit om te zetten. Hij wijst er op dat in de goede oude tijd het land weliswaar vol stond met romantisch ogende watermolens, maar dat die zorgden voor het dichtslibben van stromen en het uitsterven van vissoorten.

Transport en de hongerdood hadden volgen Monbiot alles met elkaar te maken: de grond die paarden nodig hadden om te grazen ging rechtstreeks af van de grond die gebruikt kon worden voor voedselproductie voor de mens ‘Het was het 17e-eeuwse equivalent van de huidige crisis met biobrandstoffen’. Monbiot wijst er ook op dat alleen dankzij steenkool ijzerproductie van de grond kon komen, met de beschikbare hoeveelheid hout was dat nooit gelukt.

‘Verregaande productie van groene energie - gedecentraliseerd, gebaseerd op de producten van het land - is veel schadelijker voor de mensheid dan nucleaire kernsmelting.’ Kernenergie is 100 keer beter dan kolen zo meent Monbiot dat er een klimaatcatastrofe aan staat te komen, daarvan lijkt hij nog steeds overtuigd.

Monbiot besluit opmerkelijk:

Ja, ik verafschuwen de leugenaars die de nucleaire industrie laten draaien nog steeds. Ja, ik zou liever zien dat de hele sector stilgelegd werd, als er onschadelijke alternatieven zouden zijn. Maar er zijn geen ideale oplossingen. Elke energietechnologie brengt kosten met zich mee, ook de afwezigheid van energietechnologieën. Atoomenergie is zojuist onderworpen aan een van de zwaarste van de mogelijke tests, en de impact op mensen en de planeet is klein. De crisis bij Fukushima heeft mij bekeerd tot kernenergie.’

De oorspronkelijke column staat hier.