EntityMalformedException: Missing bundle property on entity of type file. in entity_extract_ids() (line 8097 of /home/customer/www/theorichel.nl/public_html/includes/common.inc Hoe wreed is de jacht op Canadese zeehonden werkelijk? | Theo Richel

Hoe wreed is de jacht op Canadese zeehonden werkelijk?

Zijn de kamerleden die in maart naar Canada trokken om daar te protesteren tegen de jacht op zeehondjes werkelijk geinteresseerd in het verbeteren van het lot van deze dieren of vormen die beestjes slechts een décor voor wat politieke zelfpromotie. Het laatste lijkt me.

Het doden van zeehondjes in Canada en Noorwegen veroorzaakt al bijna een halve eeuw commotie. In de eerste acties in 1969 speelde Brigitte Bardot een belangrijke rol, in de jaren 80 werd Greenpeace er groot mee en inmiddels zijn er diverse organisaties die zich hier mee bezig houden zoals het International Fund for Animal Welfare, Sea Shepherd en Bont voor Dieren. De afdeling Nederland van het Wereld Natuur Fonds hoort hier ook bij, maar niet de afdeling Canada van deze natuurbeschermingsgigant. Die redeneert: de Canadese zeehonden worden niet met uitsterving bedreigd en daarmee is voor ons de kous af. De Canadese overheid lijkt niet van zins de jacht te verbieden (en is via een Nederlandstalige website zelfs in de verdediging gegaan).

De zeehonden worden gedood voor hun bont(*). Dierenactivisten vinden dat mensen geen bont nodig hebben, maar in China, Rusland en Noorwegen wordt daar anders over gedacht. Eskimo's eten zeehondenvlees, maar pogingen om deze markt uit te breiden waren niet succesvol. Wel ontdekte men dat Eskimo's veel minder last hebben van hart en vaatziekten, en uit wetenschappelijk onderzoek is bekend geworden dat dat komt door de olie die uit zeehondenvlees te winnen valt. Zeehondenolie is vergelijkbaar met visolie die ook in Nederland wordt geadviseerd. Bont blijft evenwel de hoofdreden om de dieren te doden.

En dat doden gebeurt op een zeer wrede wijze, zo menen de dierenbeschermers. De dieren worden geschoten, maar bij voorkeur geknuppeld met een Hakapik (Canada) of Slagkrok (Noorwegen). Het is een wapen met een stomp deel waarmee het dier geacht wordt tenminste bewusteloos geslagen te worden, zo niet geheel dood, en een puntig gedeelte waarmee de hersenen doorboord dienen te worden. Daarna moet de oogreflex gecheckt worden om zeker te zijn dat het dier dood is. Zo niet dan moet meteen weer worden geslagen. Vervolgens moet het dier snel leeggebloed worden en daarna kan het gevild worden.

Maar veel van de dieren leven nog, zo claimen de dierenbeschermers, en op allerlei films is dan gekronkel en gespartel te zien. Is dit leven? Zijn de dieren nog bij bewustzijn en lijden ze vreselijk pijn of zijn dit stuiptrekkingen die te vergelijken zijn met een kip die na het afhakken van zijn kop nog tientallen meters door kan rennen? Een zeehond kan diep duiken, en dus een heleboel zuurstof in zijn bloed opslaan, en wellicht spartelt hij daarom zo lang na. De jagers moeten verplicht een oogreflextest doen om zeker te weten dat de hersenen van de dieren niet meer functioneren, maar ze doen dat veel te weinig en de test is bovendien zelf ook niet honderd procent betrouwbaar. Als een dier nog beweegt na een dreun met een hakapik kan dat dus zowel een stuiptrekking inhouden als een signaal dat het dier niet hersendood is (en dus nog pijn kan voelen).



Het verschil is alleen in wetenschappelijk onderzoek vast te stellen. In 1970 bond de Noorse prof Arnoldus Schytte Blix drie zeehonden op zijn laboratoriumtafel, gaf ze een klap met de slagkrok en stelde vast met een EEG dat er geen hersenactiviteit meer was. Het hart bleef echter soms nog drie kwartier actief volgens het ECG - stuiptrekkingen dus. (Blix studie staat hier).



Maar is zo'n laboratoriumexperiment wel een goede kopie van de werkelijkheid?

De Noorse hoogleraar Lars Walloe van de Universiteit van Oslo baseert zich op onderzoek van Noorse overheidinspecteurs als hij concludeert dat de dieren in 95% van de gevallen meteen dood zijn als ze met de hakapik/slagkrok werden geslagen en in 98% van de gevallen als ze werden geschoten. De Noorse onderzoeker Egil Ole Oen onderzocht de schedels van 350 gedode zeehonden en concludeerde dat 98.6% op slag dood moet zijn geweest.



In 2001 publiceerde het International Fund for Animal Welfare (IFAW)een onderzoek (hier) waarvoor ze filmbeelden van de jacht hadden geanalyseerd en na het vertrek van de jagers schedels van zeehonden hadden verzameld om de schade vast te stellen. Hun conclusies waren onthutsend. Er werd maar weinig schade aan de schedels gevonden en dus concludeerde men dat wellicht de helft van de zeehonden levend was gevild. Bovendien checkten de jagers nauwelijks ( door het betasten van de schedel of het doen van een oogreflextest) of het dier werkelijk buiten bewustzijn was. Het onderzoek van het International Fund for Animal Welfare werd echter niet gepubliceerd in een wetenschappelijk tijdschrift, hetgeen als een zwak punt kan worden beschouwd.

In het Canadese Tijdschrift voor dierenartsen verscheen echter wel een vernietigende kritiek op de IFAW-studie van de hand van de dierenarts Daoust en diens collega's ( zie hier). Als er geen schade aan een schedel wordt gevonden dan betekent dat nog geenszins dat het betreffende dier bij bewustzijn of zelfs levend is, en dus levend werd gevild, zo betoogde de Canadees. Deze dierenartsen analyseerden dezelfde videobeelden, maar kwamen tot veel positiever conclusies: zo’n 98% van de dieren was volgens hen echt dood op het moment van villen, en daarmee waren de pelsjagers ongeveer net zo efficiënt als hun ‘collega’s’ in de gewone abattoirs. Conclusie: humaan slachten van zeehonden is wel degelijk mogelijk en vooral de hakapik lijkt een effectief instrument. Daoust vond wel dat de jagers beter moesten controleren of de dieren werkelijk dood waren (oogreflextest) en ze ook echt laten leegbloeden.

Op mijn speurtochten kwam ik in contact met de Nederlandse deskundige G. Corstiaensen die in Afrika in het kader van ontwikkelingshulp voor het ministerie van Buitenlandse Zaken betrokken was bij de opzet van een slachthuis voor paarden in Afrika. In Nederland gebruikt men voor de slacht een 'stungun' om de dieren te 'bedwelmen', een soort pistool waar in plaats van een kogel een pin uitkomt die de hersenen van het dier doorboort en vervolgens weer in het pistool terugkomt. De vergelijking met de hakapik ligt voor de hand. Corstiaensen verhaalt dat bij zijn introductie van een stungun in het Afrikaanse slachthuis het bedwelmen van een paard niet goed lukte en hoe vervolgens een Afrikaan het dier uit zijn lijden verloste met een knuppelmethode die wederom aan de hakapik doet denken. Besloten werd in dat slachthuis de stungun niet in te voeren en de 'klassieke' knuppelmethode te blijven hanteren. Dat was dus de meest humane oplossing. 



Maar dr. Bert Lambooij van de  Animal Sciences Group van de Universiteit van Wageningen die op het gebied van het humaan doden van dieren als een internationale autoriteit geldt is het hier maar gedeeltelijk mee eens. Hij ontkent niet dat het mogelijk is met een hakapik een dier snel en effectief te doden, maar wijst er op dat de dieren vrij bewegen in de natuur (in een slachthuis kunnen ze geen kant op) en dat een jager na een hele dag knuppelen moe wordt en vaker mis gaat slaan. Lambooij verhult zijn verbijstering niet als hij constateert dat bij sommige dieren niet de schedel, maar de kaak is kapot geslagen.



Lambooij: ‘Het is niet vergelijkbaar met een gewoon slachthuis. Totaal niet. Deze praktijk van met een knuppel op de kop slaan vond men aan het eind van de 19e eeuw bij gewoon vee al niet meer correct. In een slachthuis kun je een dier nog redelijk vasthouden, dus die kop gaat niet steeds alle kanten op, maar toch ging het ook daar steeds fout en dus zocht men naar een betere methode. Dat is uiteindelijk het schietmasker geworden. Men zette een masker op de kop, stak daar een pin in en daar sloeg men dan op. Uiteindelijk transformeerde dit masker in een soort pistool, de stungun, waaruit een pin schiet die de hersenen doorboort en weer terug schiet in het pistool. Het dier is dan ‘bedwelmd’ en zal in die toestand sterven want hij wordt ook ogenblikkelijk ‘verbloed’.



Het is een methode met een scoringsresultaat van nagenoeg 100% aldus Lambooij en Corstiaensen bevestigt dat. Lambooij vindt dat deze methode ook gebruikt zou kunnen worden bij de zeehondenjacht: het dier wordt geknuppeld en wordt meteen daarna de hersenen doorboord met de ‘stungun’ en vervolgens ‘verbloed’. Net als in het slachthuis.

Lambooij: 'Ik zie het niet als mooi, maar je kunt het sowieso een heel stuk verbeteren. Maar in slachthuizen is het ook niet mooi, daar kijk ik ook niet graag, hoewel ik er onderzoek aan doe, het is emotioneel natuurlijk nooit leuk. En dit zijn jonge dieren dus het is nog erger. Maar dat is een andere discussie. Als je er voor kiest om dieren dood te maken is dit de beste methode die we hebben. In een slachthuis moet je aan een aantal regels voldoen en als je vindt dat dit zeehonden slachten een industriële bezigheid is, dan moet je ook daaraan gaan voldoen’.



De Canadese politiek en de Canadese dierenartsenvereniging hebben duidelijk gemaakt dat wat hen betreft de huidige zeehondenjacht gewoon door kan gaan. De oproepen van de Nederlandse kamerleden om daarmee te stoppen met de jacht zijn dus zinloos. Kansrijker lijkt het om te streven naar verbetering van de jacht. Weliswaar is deze volgens de Canadese overheid onderworpen aan strikte regels, het onderzoek maakt aannemelijk dat de dieren niet altijd worden leeggebloed of dat er onvoldoende wordt gecheckt of het dier dood is. Ik heb getracht hierover de discussie te openen met het PvdA-kamerlid Joanneke Kruijsen. Ik heb haar de studie van de Canadese veeartsen gestuurd (de Daoust-studie) met de vraag of ze aan kon geven waar de auteur de plank mis sloeg. Ik heb haar aangeboden een gesprek te arrangeren met Daoust, tenslotte de belangrijkste deskundige ter plekke, en ik heb haar de ideeën van Lambooij voorgelegd met de vraag of daar wellicht een oplossing gevonden kan worden. De enige reactie die ik haar echter kon ontfutselen was dat zij meer geloof hechtte aan het International Fund for Animal Welfare.



(*) Overigens niet de piepkleine schattige witte zeehondjes, de ‘whitecoats’. Ze staan nog wel prominent in de folders van de natuurorganisaties, maar ze mogen al 18 jaar niet meer bejaagd worden.



Theo Richel

20 april 2005

Add new comment