Groene lobby op de EU loonlijst

EEB-Secretaris Generaal Hontelez naast commissievoorzitter Barroso

Het woord ‘lobbyen’ roept associaties op van smoezelige achterkamertjes waar politici of ambtenaren worden omgekocht door sluwe fabrikanten. Om die reden zijn er in diverse landen regelingen om de invloed van deze lobbyisten binnen de perken te houden. Op zich is met ‘lobbyen’ niets mis, maar we moeten wel een open oog voor de risico’s ervan houden. Vanuit dat oogpunt is het het bijzonder om te ontdekken dat de Europese Unie de lobbyisten voor de groene zaak wel een hele speciale behandeling geeft. Ze zijn namelijk op de loonlijst gezet. van de EU dus. 

In de afgelopen 14 jaar besteedde de EU in totaal 68 miljoen Euro aan NGO’s, non-gouvernementele organisaties. Voor het komende jaar 2011 - de aanvragen kunnen tot 3 december 2010 worden ingediend - is 9 miljoen Euro beschikbaar. Het is allemaal onderdeel van het zogeheten Life of Life+ programma (het verschil is me niet helemaal duidelijk) waarvoor in totaal in 2011 243 miljoen beschikbaar is. Dit geld is vooral bedoeld voor milieuprojecten her en der in de Unie (een filtertje hier, een bewustwordinkje daar), maar 9 miljoen is gereserveerd voor de ‘operating costs’ van milieuorganisaties waarmee Brussel zaken doet: personeel, kantoor, computers, dat soort dingen. Een overzicht van de bedragen en de ontvangers daarvan staat hier en hiernaast ziet U een samenvatting van die gegevens.

Als motivatie voor het bestaan van dit ngo-ondersteuningsprogramma zegt men:

(…) Het is belangrijk dat NGO’s in staat gesteld worden deel te nemen aan zo’n dialoog omdat zij een goed inzicht hebben in de publieke bezorgdheid over het milieu. Hun aanwezigheid is belangrijk voor een goed evenwicht met de belangen van andere actoren.

Europese NGO’s zijn bijvoorbeeld waardevol voor het coordineren en doorsturen van de inzichten van nationale organisaties en burgers als inbreng in het besluitvormingsproces. Bij de ontwikkeling en implementatie van het beleid nemen ze ook deel in voorbereidend werk, expertgroepen en doen onderzoek. Een ander voorbeeld van hun belangrijke rol betreft het bevorderen van bewustwording en milieueducatie.

Is dit ‘lobbyen’? De milieuorganisaties krijgen hier een aanbod om hun visies onder de ogen van de EU te brengen. Dit klinkt toch echt alsof hier van overheidswege een lobby wordt ingesteld. Het Europese Milieu Bureau, de in Brussel gevestigde organisatie die in totaal meer dan 9 miljoen Euro uit deze pot ontving, noemt zijn eigen activiteiten in het jaarverslag overigens ook ‘lobbyen’.

Zowel de Unie als de organisaties zelf, wijzen herhaaldelijk op de ‘onafhankelijke’ positie van NGO’s. Toen ik ooit bij Milieudefensie werkte noemde men zichzelf ook graag ‘onafhankelijk’ en het bewijs daarvoor was dat men alleen overheidsgeld accepteerde voor projecten, niet voor de operating costs van de organisatie. Greenpeace (dat niet op dit lijstje gesubsidieerden voorkomt) zou nog steeds zo’n beleid hanteren. Het ‘onafhankelijke’ Europese Milieu Bureau (ook wel EEB of BEE) evenwel krijgt driekwart van zijn hele begroting gesubsideerd (de helft door de EU en de rest door ministeries in allerlei landen), en Friends of the Earth Europe, een andere groene multinational voor bijna de helft van zijn begroting. Het WWF hoort ook tot de top 3 ontvangers van de ngo-subsidie, maar krijgt meer geld van de eigen moederorganisatie en zou dus iets ‘onafhankelijker’ zijn.

Bij enkele andere organisaties zag ik vergelijkbare situaties, maar ik heb ze niet alle 70 gecontroleerd. Er zitten wellicht echt onafhankelijke organisaties tussen. 

Is dit een welkome verstrengeling van overheid en actiewezen? Wie de zendingsdrift van de groene beweging kent vermoedt al gauw dat men dit lobbywerk ook gratis zou doen. De milieuorganisaties zijn financieel overigens zeer draagkrachtig, ze zouden het ook best zelf (moeten) kunnen betalen. Bovendien, dit is een dubbele subsidiëring als je je realiseert dat het aftrekbaar zijn van donaties ook een vorm van overheidssubsidie is. (In die zin ontvangt ook de GRK subsidie).

Laten we eens kijken hoe die 68 miljoen Euro worden gespendeerd. Het overzicht betreft de periode 1997 tot en met 2009. In totaal 13 jaar. Als echte Europeaan ging ik natuurlijk eerst kijken of Nederland niet tekort gedaan wordt ;-) . Nou dat valt mee. Hoewel Nederland slechts 1/27e deel van de EU uitmaakt halen Nederlandse ngo’s meer dan een zesde uit deze pot: zo’n 11 miljoen Euro. Vreemd genoeg ken ik de namen van deze organisaties niet of nauwelijks: de stichting Women in Europe with a Common Future (WECF), de Stichting Avalon, de stichting Birdlife, de stichting Northern Alliance for Sustainability (ANPED) en nog veel meer.  In 11 van de 27 Eurolanden zitten overigens geen subsidieontvangers, misschien omdat ze daar de milieuproblemen al hebben opgelost. Dat zijn:  Bulgarije, Cyprus, Estland, Finland, Lithuania, Luxemburg, Malta, Polen, Portugal, Ireland, Slovenië,

Maar zijn dit echte Nederlandse organisaties of multinationals die ten behoeve van een subsidieaanvraag hun identiteit van land naar land kunnen verplaatsen? De EU-lijst wekt die indruk. Het ene jaar is de stichting Fern in Nederland gevestigd, het andere jaar in het Verenigd Koninkrijk of in België. Andere organisaties vertonen hetzelfde beeld. Een grote groep is permanent in Brussel gevestigd. Natuurlijk wordt dit mede in de hand gewerkt door de eis van de EU dat een aanvrager van subsidie in minstens drie Eurolanden actief is. Nadere beschouwing levert op dat in ieder geval veel van de organisaties koepels, platforms, bundelingen zijn van milieuorganisaties in andere landen, dan wel organisaties met eigen nationale afdelingen (WWF Friends of the Earth).

Iedereen is hier lid van iedereen, zoals blijkt uit de ‘members’-pagina’s op de sites van deze clubs. De ene subsidieontvanger staat als lid genoteerd bij de andere. Het Mediterranean Information Office is lid van het Europese Milieu Bureau evenals een tak van Friends of the Earth en de Birldlife organisatie. De organisatie ANPED is lid van het Europese Milieubureau en Milieudefensie (Friends of the Earth Nederland) is dat ook. Women in Europe for a Common Future idem. Maar die laatste organisatie is ook weer lid van Anped. Kortom een kluwen van organisaties.

Maar voor een goed overzicht van waar de meeste subsidies naar toe gaan is een overzicht op basis van organisaties beter dan een overzicht op basis van landen. Zie daarvoor hiernaast.

Overigens: het gaat hier om de subsidiëring van, in de woorden van het WWF, de ambassades  van de milieuorganisaties bij de EU en dus niet om de financiën van de grote organisaties daarachter. Die hebben weer hun eigen bronnen van inkomsten.

De vraag of deze organisaties ook echt invloed hadden op het beleid moet met ja worden beantwoord. Om te beginnen zijn ze daarvoor expliciet geinviteerd, en de uitlatingen van de EU op milieugebied wekken voortdurend de indruk dat ze rechtstreeks zijn overgenomen van de milieuorganisaties. Het jaarverslag 2008 van het Europese Milieu Bureau (zie hier)  versterkt die indruk: helder en inzichtelijk staan hier de vele activiteiten beschreven die het Bureau onderneemt. In dit verslag gebeurt dat vooral in de persoon van diens secretaris generaal John Hontelez die ik nog uit de jaren 70 ken toen hij één van de leiders van de anti-kernenergiebeweging was. In het jaarverslag tel ik dat Hontelez in dat jaar het Commissielid voor Milieu Stavros Dimas  7 maal ontmoette en tussendoor ook nog brieven met hem uitwisselde. Ik neem Dimas, de hoogste milieuman in de EU,  maar als simpel voorbeeld, het jaarverslag staat vol met aanwijzingen dat Hontelez zich als een vis beweegt in het water van de Europese macht (op de foto vergadert hij met Barroso). Knap van hem om zo ver te komen, maar wenselijk?

Een argument dat wel wordt aangevoerd ten faveure van subsidiëring van bijvoorbeeld milieuclubs is dat een overheid ook zijn eigen oppositie de gelegenheid moet geven zich te laten horen. Duidelijk is wel dat de milieubeweging op geen enkele wijze als oppositie kan worden gekwalificeerd. De uitingen van de Eurohotshots waren de afgelopen jaren niet of nauwelijks te onderscheiden van het duurzaamheidsgedreun dat we al decennia van de milieubeweging horen.

‘Kopenhagen’ was daarvan het hoogtepunt. Realiseren de huidige Dimassen zich  beter dat ze wat minder op het kompas van de groenen moeten varen. het zou kunnen want de geluiden uit Brussel zijn een stuk gematigder.  Hontelez vertrekt overigens bij het Europese Milieu Bureau. Of die twee zaken iets met elkaar te maken hebben weet ik niet.

Blijft de vraag of de EU eventueel clubs zou willen ondersteunen die een tegengeluid laten horen, zoals de Groene Rekenkamer. Wellicht als schaamlap, maar we achten de kans niet groot (ene los van het probleem dat we niet in drie landen opereren). Expliciet staat in de criteria voor toekenning van subsidies dat organisaties :

have activities that meet, in particular, the principles underlying the Sixth Environment Action Programme

En die publicatie begint als volgt:

EU environment policy is delivering tangible results for citizens and has helped the European industry to become a world leader in a number of high-growth sectors. But despite this progress, global emissions of greenhouse gases are rising, the loss of biodiversity is not yet under control, pollution is still harming public health and volumes of waste are increasing in Europe. The Commission is committed to fully implement the current Environment Action Programme in order to make significant progress towards tackling these issues” explained the Commissioner for the Environment, Mr Stavros Dimas when he presented the mid-term review of the 6th EAP in 2007.

Dat ziet er niet echt bemoedigend uit.Inkomsten overzicht Europees Milieu Bureau

Nagekomen: Ik heb bovenstaand verhaal nog even ter reactie doorgestuurd aan Hontelez zelf. Hij reageert als volgt:

Ik verkies om hier niet op te reageren. Ik kan uitleggen dat de Commissie NIET uit onze hand eet, dat wij een broodnodig tegenwicht geven tegen een enorm lobby apparaat van het bedrijfsleven (zo’n 15.000 lobbyisten in Brussel, waarvan wellicht 100 voor de milieubeweging), dat dit bedrijfsleven haar lobbyisten betaalt van geld wat ze van de burger als consument krijgen zonder dat de burger gevraagd wordt of het goed is dat ze daarmee tegen chemikalieen en/of klimaat wetgeving lobbyen (terwijl subsidiering door overheden openbaar en democratisch gecontroleerd is), etc. Maar ik denk niet dat jou publiek daarin geinteresseerd is.

 

Add new comment

Plain text

  • No HTML tags allowed.
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.