Gevlucht uit het circus

Dit is het Franse circus Sabine Rancy. Tot mijn verbazing bestaat het nog, of beter gezegd: weer, want het schijnt een tijd weg geweest te zijn. Begin jaren 70 heb ik er gewerkt als 'monteur du chapiteau' - bouwer van de tent. Maar niet zo lang, na een paar dagen ben ik gevlucht.

Ooit - ik was denk ik 19 - wilde ik graag topkok worden en waar zou je dat vak beter kunnen leren als in Parijs?  Maar in Parijs zat niemand op me te wachten, dus het werd een aaneenschakeling van allerlei prutbaantjes, ontbijten rondbrengen in het hotel PLM St Jaques aan de Boulevard Denfert-Rochereau, telefonisch verkopen van levensverzekeringen voor architecten, huis aan huis proberen geisers te verkopen en heel veel wachten in zalen vol andere werkzoekenden. De vacatures vond ik vooral in de France Soir.

Een van die advertenties bracht me naar een achterafje waar een flinke groep jonge mannen zich had gemeld voor een sollicitatie. Die had niet veel om het lijf want iedereen werd aangenomen. Zelfs in mijn naam waren ze niet geinteresseerd. Ik zou een bepaald bedrag per dag krijgen, een halve liter wijn, sigaretten, eten en onderdak. Ik moest me terstond vervoegen in La Ferté St Aubin, grofweg 120 kilometer ten zuiden van Parijs, nabij Orléans.

Toen ik daar in de loop van de avond aan kwam kon ik meteen aan de slag, want de tent moest worden ingepakt, het circus moest weer verder. Moeilijk werk was het niet, maar wel zwaar. Er stond een pittige herfstwind en die dreigde van tijd tot tijd onder de enorme lap zeil van de 'çhapiteau' te komen. We moesten er dan met zn allen meteen bovenop duiken om het geheel aan de grond te houden. Ondertussen wel uitkijken voor de touwen die aan de tent vast zaten en die op zo'n moment als superzwepen door de lucht gierden.

De collega's waren wat we nu 'lichtgetintiërs' zouden noemen, veelal Algerijnen naar ik vermoedde, en niet erg vriendelijk. Ze vonden mij maar een vreemde snoeshaan en  drongen zich een beetje aan me op. Wat ik kwam doen en waar ik vandaan kwam?. 'Zit de politie achter je aan?'. Ik vertelde dat ik Hollander was en na enig geharrewar werd ze duidelijk dat dat hetzelfde land is waar Kroef vandaan komt. Dat maakte alles goed. C'est un Hollandais, il connait Kroef!'.

Rond 4 uur 's nachts was de tent op de wagens geladen en was het tijd om te eten. In grote metalen bakken werden lappen lever klaar gemaakt. Er lag stokbrood en lege flesjes Kronenbourg werden gevuld met rode wijn. 'We zouden toch ook sigaretten krijgen' opperde ik? Nee die zijn er niet, volgende week weer.
Veel tijd was er niet want er moest gereden worden.

De slaapwagen was een in 3 compartimenten verdeelde oplegger. In ieder compartiment sliepen 4 mannen. Gore paardedekens vol gaten moesten voor verwarming zorgen, piesen deed je uit de rijdende wagen. Ik had mijn koffer naast me in bed gezet, maar dat verhinderde een 'collega' niet om te proberen deze open te maken. Ik werd wakker en joeg hem woedend weg.

In Beaugency - een lief plaatsje aan de Loire - moest de tent weer opgebouwd worden. Veel collega's van de vorige avond zag ik niet meer terug, ik begreep dat die hem tijdens de nacht gesmeerd waren. De arbeidsomstandigheden waren ook nogal spartaans. De voorman sprak niet maar blafte , en een medewerker die vanwege zijn hoogtevrees weigerde om in een van de masten te klimmen kreeg een kaakstoot,

Ik was doodmoe, maar toen bleek ook nog dat we na het opbouwen van de tent en de tribunes ook nog geacht werden ons om te kleden in een smoezelig circusjasje zodat we ten overstaan van het publiek in de tent de leeuwekooi op konden bouwen . Hoogtepunt van de show was mevrouw Sabine Rancy zelf die een collectie paarden door de piste liet draven. Toen het nummer afgelopen was moesten de paarden naar buiten rennen, maar in tegenstelling tot binnen was het daar aarde donker en gingen ze in paniek alle kanten op. Wij werden geacht die paarden weer te verzamelen.

Ik besloot dat het te dol werd, pakte mijn koffer en rende weg van het terrein. In Beaugency meldde ik me bij de gendarmes dat ik niet wist waar ik naar toe moest. Toen werd me geadviseerd me bij het door nonnen gerunde lokale ziekenhuis aan te melden. Gewoon zeggen 'je suis fatigué',  dan laten ze je er wel in, zei de diender en hij had gelijk. Wat een heerlijk frisse witte lakens waren dat!

(Overigens de foto hierbij is recent, de tent waar ik werkte was een stuk kleiner.)