Zwendel met ratten in VS ook voor ons veiligheidsrisico

WETENSCHAPPELIJKE ZWENDEL BEDREIGT ONZE VEILIGHEID

 

De Verenigde Staten, en andere landen, zijn vorig jaar opgeschrikt door een uniek en wereld omvattend schandaal, dat vreemd genoeg West-Europa nog nauwelijks bereikt heeft. De Amerikaanse milieudienst, de Environmental Protection Agency (EPA_ heeft namelijk ontdekt dat het grootste Amerikaanse proefdierlaboratorium – waar chemicaliën op hun veiligheid voor het publiek worden getest – op grote schaal heeft gefraudeerd.

Honderden onderzoekingen bleken compleet waardeloos te zijn en voor meer dan 200 bestrijdingsmiddelen moet nu de beklemmende vraag worden gesteld of verder gebruik wel verantwoord is.

De corrupte wetenschappers staan op het ogenblik in Chicago voor de rechter, maar ondertussen worden vele van deze middelen over de gehele wereld gebruikt, ook in Nederland. Toestemming voor dat gebruik is verkregen op basis van de onderzoekingen van o.m. dit corrupte lab. We lezen in alle kranten keer op keer over chemische stortplaatsen, berichten over kankerverwekkende stoffen, de chemische onveiligheid neemt toe. Duizenden stoffen moeten nog op hun effecten voor de gezondheid worden onderzocht, maar wie onderzoekt de onderzoekers?

In de zestiger jaren werd de wereld geschokt door het Thalidomide-Softenon-schandaal. Vele misvormde baby’s werden toen geboren omdat hun moeder dit medicijn had geslikt, waarvan de reclame beweerde dat het ‘absoluut veilig’ tijdens de zwangerschap was. Overheden en wetenschappers besloten toen dat dat soort opmerkingen in de toekomst wat meer gefundeerd moest worden, en het onderzoek naar de gezondheidsgevolgen van nieuwe chemische stoffen kreeg een sterke impuls.

Dat onderzoek is echter moeilijk. De enige werkelijk betrouwbare manier om er achter te komen of een chemische stof kanker veroorzaakt of bijvoorbeeld afwijkingen aan het zenuwstelsel, is die stof aan mensen toe dienen en nauwgezet het aantal kwalen te tellen en onderzoek. Hiertegen zijn vele ethische, maar ook praktische. Stel bijvoorbeeld dat van de 1000 mensen er 900 longkanker krijgen na het roken van sigaretten. Is dat het bewijs dat roken longkanker verwekt? Geenszins, want het is zeer wel mogelijk dat deze mensen tevens arbeiders zijn in een asbest-fabriek (en asbest is ook longkankerverwekkend). De enige manier om nu te onderzoeken welke mensen longkanker kregen door tabak en welke door asbest, is via ingewikkelde statistische methodes. Maar dan nog blijft het bezwaar dat je niet weet welke storende invloeden iemand gedurende zijn hele leven nog meer ontvangt welke het eindresultaat kunnen meebepalen.

Met ratten gaat het makkelijker. Ze leven korter (zodat je sneller resultaat hebt) en je kunt ze van geboorte tot dood nauwlettend in gecontroleerde omstandigheden in de gaten houden. Als je ze dan een chemische stof toe dient weet je zeer dat de rat niet bloot heeft gestaan aan andere stoffen, en als de rat dan kanker of iets anders krijgt, weet je nagenoeg zeker dat dat door die betreffende chemische stof komt.

Maar... als een rat kanker krijgt... krijgt een mens dat dan ook? Daar is nog weinig over bekend. En... een rat krijgt maar één stof binnen, en wij mensen een combinatie... kunnen stoffen elkaars werking versterken? Daar is nog maar weinig overbekend. Op het ogenblik wordt er gemakshalve maar van uit gegaan dat als een stof bij ratten kanker verwekt, dat-ie dat ook bij mensen doet.

Het is duidelijk, het instrumentarium waarmee we de veiligheid van nieuwe chemische stoffen voor de mens beoordelen, is zeer gebrekkig. Daar komt bij dat er nog maar van een par duizend chemische stoffen iets bekend is, terwijl de chemische industrie zich bedient van een totaal van zo’n 60.000 chemische stoffen. Ze kùnnen gevaarlijk zijn of ongevaarlijk, we weten het niet. Als nu blijkt dat het beetje kennis dat is opgebouwd, niet betrouwbaar is, dan hou je alleen maar een gevoel over van chemische onveiligheid.

Voor de rechter in Chicago staan op het ogenblik drie mensen terecht op beschuldiging van het vervalsen van studies naar de lange termijneffecten van bestrijdingsmiddelen en medicijnen. Het gaat om dr. Moreno L. Keplinger (53), dr. Paul Wright (48) en James B. Plank (40), alle drie toxicologen (vergifdeskundigen) bij het destijds grootste proefdierlaboratorium van de Verenigde Staten, het Industrial BioTest Laboratory (IBT) in Northbrook Illinois. Van 1952 tot 1978 (toen het bedrijf als gevolg van de ontdekte fraude sloot) werden hier 22.000 studies uitgevoerd.

Het bedrijf had de chemiereuzen van de wereld als klant: Monsanto, Shell, Dow, Ciba-Geigy en ook de Amerikaanse overheid zèlf. In de loop der jaren had IBT een reputatie opgebouwd van een bedrijf ‘waar je gerust je chemicaliën naar toe kon sturen. De onderzoekingen zagen er doorgaans gunstig uit voor het betrokken product.

Adriaan Gross werkte in 1976 bij de Amerikaanse food en Drug Agency. Bij toeval kwamen hem enkele IBT-studies onder ogen en daarin werd de veiligheid van de producten naar zijn smaak ‘te overtuigend’ gebracht, ‘te mooi om waar te zijn’, zei hij zelf. Gross ging op speurtocht uit en verkreeg bij IBT de ruwe gegevens die als grondstof hadden gediend voor de eindverslagen. Hierin kwam hij herhaalde malen de afkorting TBD tegen en Gross vroeg zich af wat dat kon betekenen. Tot zijn schrik ontdekte hij dat die afkorting stof voor ‘too badly decomposed’, ‘te vèr verrot’. De ratten die keer op keer gecontroleerd hadden moeten worden, minutieus beschreven en onderzocht, goed gevoed en behandeld waren te ver in staat van ontbinding om nog onderzoek mogelijk te maken! De EPA, de FDA en later ook Canada startten een grootscheeps onderzoek dat het einde voor IBT zou betekenen, want er kwam nogal wat boven water.

Een bepaald gedeelte van het laboratorium stond bekend als ‘het moeras’ want de peperdure installaties die de ratten automatisch van drinkwater moest voorzien en de kooitjes schoonhouden, wat defect. Stukjes voedsel en uitwerpselen verstopten de installatie en de waterbakken. Sommige dieren kregen permanent een stortbui, andere dieren in andere kooitjes stierven van de dorst. De sterfte bedroeg 80%, vele duizenden ratten, alleen was daarvan in het eindverslag (het ging hier om een 24 maanden durende proef van het middel TCC) niets terug te vinden. De dode ratten waren aan het eind van de proef namelijk vervangen door ratten uit een andere proef. Dat maakte het onderzoek wel geheel waardeloos, maar zo kon wel de suggestie worden gewekt dat de dieren de proef hadden doorstaan en het middel dus veilig was.

Bij een studie naar de lange termijn effecten van de bestrijdingsmiddelen Nemacur en Sencor werden de laatste 4 maanden in het verslag gewoon uit de duim gezogen. De proef kon niet langer worden voortgezet want het lab moest ingericht worden voor nieuwe klanten voor nieuwe duurbetaalde onderzoekingen. Bij de onderzoekingen naar de gevolgen van het gebruik van het medicijn Naprosyn bleken de bloed en analyse gegevens verzonnen te zijn, er waren niet eens monsters genomen. Een aanhangsel over de waarnemingen van ziektes onder de dieren was geheel verzonnen, de dieren waren al lang door en verwijderd ten tijde van de ‘waarnemingen’. Ook in het verslag over het bestrijdingsmiddel Orthene bleken de laatste zes maanden van de onderzoeksperiode te zijn verzonnen. De lijst kan nog veel langer worden gemaakt: er waren ratten die twee keer dood gingen, ratten die niet werden onderzocht, ratten die een paar rapporten verder opeens weer bleken te leven, nadat ze eerst als dood waren opgegeven. Dit betreft dan wat de EPA heeft weten te achterhalen. Inmiddels is bekend geworden dat IBT ook vele ruwe gegevens in de papierschredder heeft laten verdwijnen, vooral sinds de fraude bekend werd.

Uiteindelijk checkte de EPA zo’n 1200 IBT-onderzoekingen en bestempelde de helft daarvan, 504 studies als waardeloos. Een gedeelde van de studies wordt nu overgedaan bij andere laboratoria en in sommige gevallen heeft de fabrikant het product maar uit de handel genomen, omdat het economisch toch niet veel meer betekende. EPA beweert dat het ergste leed is geleden omdat voor 93% van de stoffen ook andere studies beschikbaar zijn. Deze zijn verricht door andere laboratoria dan IBT.

Die andere laboratoria bleken evenwel ook niet geheel vrijuit te gaan. Genoemd wordt een aantal van 25 laboratoria waar misstanden zijn geconstateerd, zowel commerciële als universitaire.

Er zijn tot nu toe twee reden aangevoerd waarom de laboratoria deze misstanden lieten ontstaan. De vriendelijkste is dat de vraag naar toxiciteitsonderzoekingen tegenwoordig zo groot is dat het aanbod daaraan nauwelijks kan voldoen. De gulzigheid gaat dan ten koste van de zorgvuldigheid.

Tevens is het vermoeden uitgesproken dat de opdrachtgevers hier ook iets in de melk te brokkelen hadden. Zo is een briefwisseling onderschept tussen de directeur van IBT en de Toxicoloog van één der klanten, Monsanto. ‘Om de formulering in alle Monsanto onderzoeken consistent te houden’ verzocht deze bedrijfstoxicoloog IBT om de omschrijving ‘licht kankerverwekkend’ (‘slightly tumorigenic’) te veranderen in: ‘Schijnt niet kankerverwekkend te zijn"’ (‘Does not appear to be carcinogenic’). Dat gebeurde in een rapport over Arochlor 1254, een stof die de levensgevaarlijke en volgens de International Agency for Research on Cancer, kankerverwekkende PCB’s bevat.

De drie IBT-toxicologen worden nu verdedigd door een keurkorps van advocaten die worden betaald door IBT. Ze gooien het vooral op ‘enkele misstanden uit het verleden’ en trachten verder uitstel en eventueel afstel van het proces te krijgen voor hun klanten.Bij de oorspronkelijk vierde gedaagde lukt dat ook.

Eén van de belangrijkste getuigen is Philip Smith. Hij liep over van zijn vroegere baas IBT naar de aanklager. Als werknemer van IBT werd hij ten tijden van de eerste geruchten over fraude aan het werk gezet om eens uit te zoeken wat er mis was op het laboratorium. Hij ontdekte veel te veel, zijn rapport mocht niet getypt worden uit vrees dat dan een typiste het zou lezen. Enige tijd daarna vloog hij de laan uit. IBT is onderdeel van een moedermaatschappij die inmiddels al miljoenen dollars opzij heeft gelegd om de aanstaande vloed van eisen om schadevergoeding aan te kunnen. Klant Monsanto heeft inmiddels al een extra 12 miljoen dollars uitgegeven om de foute onderzoekingen over te doen.

Sinds de ontdekking van het IBT schandaal heeft Canada 6 door IBT onderzochte bestrijdingsmiddelen verboden. Zweden deed dat eveneens, en de EPA houdt het voorlopig bij dreigementen. Nederland heeft zover bekend tot op heden niets ondernomen.

Theo Richel

Add new comment

Plain text

  • No HTML tags allowed.
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.