De wetenschap van humor

Een Belgische piloot krijgt les in nachtvluchten. Zegt de trainer: Zie je dat rode lampje op de linker vleugel?

Ja

Zie je dat groene lichtje op je rechter vleugel?

Ja

Awel, nachtvliegen is niet moeilijk. Zorg gewoon dat je altijd tussen die lichten blijft!

Als je nog niet zo lang geleden in progressieve kringen een grap maakte over de grenzeloze domheid van bijvoorbeeld de Belgen of de gierigheid van Joden, dan werd er ietwat besmuikt gelachen maar daarna kreeg je toch al snel to verstaan dat dit soort grappen toch wel erg primitief was. Dat ze leuk zijn was tot daar aan toe, maar veel erger was dat je zo, misschien onbedoeld en onbewust, een negatief oordeel uitsprak over een ander volk. En in die tijd, waarin het persoonlijke politiek was, riskeerde je al grappend toch voor een enge racist te worden versleten. Want grapjes worden namelijk nooit zonaar verteld, achter ieder grapje zit wel iets. Deze treurige tijd lijkt nu voorbij, moppen tappen mag weer. Maar ondertussen is die vraag €'˜wat schuilt er achter een mop'€™ nog steeds niet beantwoord, of heter, hij is nog maar net beantwoord, en wel door de Engelse hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Reading Christie Davies. In een kloek boek met de titel '€˜Ethnic humor around the world'€™ probeert hij te doorgronden hoe gevaarlijk grappen werkelijk zijn en wat ze vertellen over de grappenmaker en zijn '€˜slachtoffer'€™,

Ik vreesde eerst dat een wetenschappelijk boek over humor wel een gortdroog product zou zijn, maar godzijdank, de helft van de bijna 400 pagina'€™s wordt in beslag genomen door de moppen zelf.

Zes Polen klimmen op elkaars schouders om de hoogte van een vlaggenmast te meten met een meetlint, Deze menselijke piramide valt om en een voorbijganger vraagt waarom ze de mast er niet gewoon uithalen en even plat leggen.

'€™Doe niet zo dom' is het antwoord:'we willen de hoogte weten, niet de lengte'.

Aan het eind van de zestiger jaren bestond een Nederlandse hoogleraar het om een wetenschappelijk artikel te schrijven over humor. Hij werd op de universiteit vervolgens met de nek aangekeken, humor is een veel te triviaal onderwerp voor de wetenschap, ga je maar liever bezig houden met maatschappijverandering, zo was de reactie. Blijkbaar is de maatschappij voldoende veranderd, want het regent nu humor—congressen en studies. Behalve dan in Nederland want voorzover ik heb kunnen nagaan vindt nog steeds niemand hier dat een onderwerp dat de moeite waard is. Professor Davies concentreert zich in zijn boek op de 'etnische humor' dus de humor over volkeren en rassen, grappen over gierige Schotten, domme en vieze Polen, domme Belgen, laffe Italianen en wat dies meer zij. Hij neemt dat begrip echter nogal ruim, want ook de moppen over de voormalige Oost-Europese machthebbers zijn opgenomen, en dat is toch geen etnische groep te noemen. Etnische grappen zijn, zo vindt Davies, veel leuker dan niet etnische grappen. De gemiddelde grap wordt meteen veel beter als je de hoofdpersoon in die grap ombouwt tot een Schot, een Belg, of een andere groep waar de luisteraars bepaalde associaties mee hebben. Dat is ook gebleken uit wetenschappelijk onderzoek waarbij men mensen grappen vertelde over imaginaire volkeren als de Smogarianen en de Pireneanen. Dat waren grappen die oorspronkelijk verteld werden over bijvoorbeeld Ieren of Italianen, maar ze scoorden niet omdat niemand zich iets bij die volkeren voor kan stellen. Als aan het begin van een grap duidelijk is over welk volk het gaat dan kunnen de luisteraars alvast in de startblokken gaan staan. Ze weten dat ze iets in een bepaalde richting kunnen verwachten, en ze worden alvast hongerig naar de clou.

Pokorski had een baan als test piloot. Hij nam zijn helikopter mee naar 5000 voet, naar 10.000 voet, naar 15.000 voet en opeens stortte hij neer. Hij kwam bij in het ziekenhuis.

'W˜at is er gebeurd' vroeg zijn baas?

'€˜Het werd te koud' zei de Pool,'€˜en toen heb ik de ventilator maar afgezet'.

In Oost-€”Tenessee hebben ze hun eigen manier om zwijnen te wegen. Ze leggen een plank over een hek en leggen het zwijn aan het ene end. Dan leggen ze rotsblokken op het andere end. En als deze wip in evenwicht is, dan schatten ze het gewicht van de rotsen.

Hoewel hij maar een beperkt aantal volkeren onder de loupe neemt blijkt duidelijk uit Davies boek dat alle volkeren grappen over elkaar maken. leder volk heeft wel een ander volk als mikpunt, maar ieder volk kan op zijn beurt weer zelf het mikpunt van een ander volk zijn. De Engelsen en Amerikanen maken grappen over (onder anderen de Australiërs. De Australiërs maken grappen over de Nieuw-Zeelanders, en de Nieuw-Zeelanders maken grappen over de Nederlanders. De Nederlanders maken grappen over de Belgen en de Belgen over de Nederlanders. De Fransen over de Walen en de Franstalige Zwitsers, de Zwitsers over de mensen uit Fribourg en ga zo maar door. Ook Indiërs en Chinezen, Iraniërs enzovoort hebben hun groepen waar ze graag de spot mee drijven als U mocht denken dat dit soort grappen alleen diende ter bevestiging van de blanke superioriteit. Hoewel de grappen het niet zonder een etnische component kunnen stellen is die etnische component wel vaak inwisselbaar. Zo maken de Grieken graag grappen over de Pontianen, (Grieken die bij de Zwarte Zee wonen).

'€˜Waarom zet een Pontiaan altijd een vol glas water en een leeg glas naast zijn bed als hij gaat slapen?

Het ene glas is voor als hij'€˜s nachts dorst heeft, en het andere is voor als hij geen dorst heeft'.

Zo'n grap kan net zo goed over een Belg verteld warden of over de lndische Sikh die in India veelvuldig het mikpunt vormen. De etnische moppen verdeelt Davies in een aantal groepen: de moppen over domheid, moppen over gierigheid, moppen over de viezigheid, moppen over militairen en lafheid en moppen over voedsel. Moppen over domheid komen volgens Davies het meeste voor.

'€˜Een Ier wilde een Pool worden en ging naar een Amerikaanse chirurg voor de operatie. De chirurg zei dat hij zoiets wel kon, maar dat hij dan een kwart van de hersenen moest verwijderen. De Ier ging akkoord. Toen hij bijkwam uit de narcose zag hij de dokter diep bedroefd naast zijn bed zitten. De dokter zei: ik heb helaas een verschrikkelijke fout gemaakt, ik heb driekwart van Uw hersenen verwijderd' Oh nee, schreeuwde de patiënt,'€˜mamma mia!'.

Is dit nu alleen maar een grap of zit er een kern van waarheid in? Davies vindt dat dat per soort moppen uitgezocht dient te worden. Zo werden bijvoorbeeld over de Welshmen eeuwenlang grappen verteld over hun oorlogszuchtigheid. De geschiedenis toont aan volgens Davies'€” zelf Welshman'€” dat daar ook inderdaad wel sprake van was. Maar met het verdwijnen van die oorlogszuchtigheid verdwenen, na geruime tijd, ook de moppen er over. Over de Belgen vertelt hij het volgende verhaal: In 1975 werd in het Belgische parlement gediscussieerd over de maximum snelheid op autowegen. Er werd besloten om op tweebaans wegen niet harder te rijden dan 90 kilometer en op vierbaanswegen de snelheid vrij te laten.'€˜Ca alors' zei een Waalse afgevaardigde, de vierbaans wegen liggen praktisch allemaal in Vlaanderen, en dan zouden de Vlamingen dus harder mogen rijden dan wij! Daar zat wat in vond men en daarom werd besloten dat de 90 kilometer—regel voor een aantal Waalse wegen niet zou geiden, zodat zowel Vlaanderen als Wallonië een gelijk aantal kilometers zou hebben waar je harder mag dan 90 kilometer (ook al betekent dat in Wallonië een hoger aantal ongelukken). Christie Davies concludeert uit dit waar gebeurde verhaal dat het toch niet verbazingwekkend is dat over zo'n raar land moppen worden gemaakt.

Maar dat is natuurlijk onzin, want zo valt van ieder land wel iets geks te vertellen. Etnische grappen over domheid zijn de meest voorkomende van alle etnische grappen. De slachtoffers van die grappen zijn evenwel geen onbekende vreemdelingen, maar mensen van dichtbij. Het zijn buren, provincialen of immigranten, mensen die '€˜bijna zoals wij' zijn. Nederlanders maken bijvoorbeeld graag grappen over Limburgers, maar wat is er zo leuk aan Limburgers? Het zijn Nederlanders, ze behoren tot de Nederlandse cultuur, maar toch net niet honderd procent, dat wil zeggen vanuit het oogpunt van de '€˜normale' randstedeling. De cultuur van de Limburgers is een beetje een grappige versie van onze eigen cultuur, de Limburgse cultuur is een overgangscultuur met elementen van de Belgen, de Nederlanders en de Duitsers. Zo'n mengsel maakt ze tot een grappig volkje. Voor alle slachtoffers van '€˜domheidgrappen' geldt dat ze geografisch, cultureel, taalkundig of religieus aan de rand van een bepaalde dominerende cultuur leven. De mensen in dit soort grensgebieden zijn '€”in de grappen'€” niet alleen dommer, maar ook vaak trager dan de mensen in de dominante cultuur. Zo maken de Denen graag grappen over de mensen die in Aarhus wonen.

Drie Denen zouden gaan parachutespringen. Een kwam uit Kopenhagen, een uit Odense en een uit Aarhus. Hen was allemaal verteld dat ze na de sprong eerst tot drie moesten tellen alvorens ze hun parachute open konden trekken. De man uit Kopenhagen en de man uit Odense deden allebei wat ze geleerd was en vervolgens schoot er een grote zwarte klomp langs ze heen. Nogal bezorgd gingen ze na de landing op zoek naar hun partner. Ze vonden een groot gat in de grond, en daaruit konden ze nog net horen: T W E E.

Davies somt op wat bij dit soort grappen de kenmerken zijn van de vertellers van de grappen en van hun slachtoffers. De vertellers leven in het midden van een bepaald land, beschouwen hun cultuur als dominant, ze komen uit de stedelijke gebieden en zijn goed opgeleid. Werken vaak in de dienstverlenende sector, zijn beweeglijk, innovatief, hebben succes in de maatschappij en zijn niet bang voor concurrentie. De '€˜slachtoffers' hebben een afgeleide cultuur, komen vaak van het platteland zijn slecht opgeleid, doen handwerk, hebben behoefte aan stabiliteit en aan een statische maatschappij en zijn bang voor concurrentie. Binnen deze omschrijving valt ook een groep grappen over bepaalde machthebbers. Want net zoals domme boeren vaak een hekel hebben aan verandering, zo geldt dat evengoed voor machthebbers in bijvoorbeeld de €” voormalig communistische€” Oostbloklanden of in Zuid Afrika. In Zuid-Afrika worden vee] grappen geinaakt over de van der Merwes, het symbool van de domme boer. Maar, die blanke, Nederlandstalige boeren hebben wel de macht in Zuid-Afrika. Ze zijn evenwel het doelwit van grappen omdat ze hun macht niet hebben verkregen door hun eigen kwaliteiten, maar simpelweg door de eventuele concurrentie de toegang tot de macht te ontzeggen. Ze'€˜verdienen' hun positie eigenlijk niet en ze kunnen die positie alleen maar behouden door de maatschappij zo statisch mogelijk te houden.

Van der Merwe moest een multiraciale toeristenbus rondrijden door Pretoria. Voer de tocht sprak hij de reizigers toe:'€˜Ik weet dat U allemaal denkt dat alles in Zuid Afrika gescheiden is, maar bij mij op de bus is dat niet zo, Wat mij betreft bent U allemaal groen. Zo, als U nu allemaal gaat zitten, de donker groenen achterin en de lichtgroenen voorin.

Waarom loopt de Tsjechische militie altijd in groepen van drie? Een kan lezen, een kan schrijven en nummer drie houdt die intellectuelen in de gaten.

GIERIGHEID

'€˜Ik krijg mijn koffie nooit zoals ik hem hebben wil', klaagt de Schot.'€˜Thuis, waar ik zuinig moet zijn, neem ik altijd één klontje. Bij vrienden waar het gratis is, neem ik er drie, maar het lekkerste vind ik twee klontjes'.

Veel aandacht besteedt Davies ook in zijn boek aan de moppen over gierigheid. De voor ons meest bekende slachtoffers daarvan zijn Schotten en Joden, en curieus genoeg zijn ze dat in zeer veel landen, ook in landen waar men met deze mensen nauwelijks iets te maken heeft gehad. In Tsjecho-Slowakije mag men graag een mop over een vrekkige Schot vertellen, hoewel je daar nu niet bepaald struikelt over de Kiltdragers. Grappen over de gierigheid zouden suggereren dat de grappenmakers, in tegenstelling tot hun slachtoffers weten dat het niet allemaal om geld gaat in het leven, en dat we daar niet alles aan op moeten offeren. De oorsprong van deze moppen is zeer verschillend. De moppen over de Schotten zijn zonder twijfel afkomstig van het feit dat Schotland een arm land is waar men door zuinigheid moest zien te overleven. Aangezien ze aan de grens van de centrale'€” engelse'€” cultuur leven konden zo makkelijk grappen over hun zuinigheid gemaakt worden. In het oud-€”christelijke Europa was het voor de christenen verboden om in geld te handelen. In dat gat in de markt sprongen de Joden, en handelaars in geld ( bankiers)€” maken zich,€” van welk ras ook,€” zelden populair. De moppen dienen dus voor een gedeelte om lucht te geven aan een afkeer van deze bankiers.

'€˜Na het succes van die haaienfilrn gaan ze nu een film maken over geldhaaien. Jews'

0ok Joden zelf mogen graag Jodenmoppen vertellen, maar daarin zijn ze dan altijd de slimste partij.

VIES

De Amerikanen hebben de laatste decennia een voorkeur ontwikkeld voor grappen waarin ze bijvoorbeeld Polen en leren voor viezeriken uitmaken

Een Pool zendt tien duizend septic tanks naar Polen ais een gift aan zijn geboorteland, Twee weken later komt een brief: Dank voor Uw schitterende gift. Zo gauw als we weten hoe ze rijden, vallen we Rusland binnen'€˜

Weinig mensen weten dat een Ier genaamd O'Connor in 1866 het zit-€”toilet uitvond. In 1868 verbeterde een Schot het ontwerp door een gat in het midden te zagen.

Davies heeft een klein onderzoekje gedaan naar het realiteitsgehalte van deze grappen, en hij concludeert dat er voor wat betreft de Polen geen enkele reden is om ze als viezeriken te bestempelen. Van alle immigrantenwijken zouden de Poolse juist de schoonste zijn, maar daarentegen zouden de leren wel een smerig bestaan lijden. Overigens acht Davies de Amerikaanse obsessie met '€˜schoon' veel belangrijker dan het werkelijke hygiënische gedrag van welk volk dan ook. Zit er meer achter deze grappen? Als je een lerenmop vertelt ben je dan een lerenhater? En als je een Jodenmop vertelt een antisemiet? Davies gelooft het niet. De Nederlanders en de Belgen maken grappen over elkaar, en onderhouden verder een perfecte relatie. De Schotten worden van zuinigheid beticht, maar die grappen lijken nergens een goede relatie in de weg te staan. In India maakt men grappen over de Sikhs, en zijn er ook conflicten mee, maar in Griekenland maakt men grappen over de Pontianen (Grieken die bij de Zwarte Zee wonen) en daarmee zijn de verhoudingen weer opperbest. Grappen geven dus geen goed beeld van de relaties tussen volkeren. Ook Jodenmoppen zijn ongevaarlijk volgens Davies; lachen om hun veronderstelde gierigheid levert geen risico's op voor het voortbestaan van de Joden. Riskanter wordt het echter als in bepaalde moppen meer kwaadaardige elementen sluipen. Dan gaan de over de veronderstelde Joodse oneerlijkheid of over hun samenzweringen tegen de Christelijke cultuur, en dan wordt de grens naar plat racisme overschreden. Of die grappen bijdragen aan anti-€”semitisme is de vraag, maar leuk is natuurlijk anders.