Het moderne levenselixir

In de Verenigde Staten woedt op het ogenblik een ware gezondheidsrage. Miljoenen mensen slikken extra vitamines, in grote, zogenaamde €˜mega€™-doses. Vele plaatsen hebben hun eigen €˜Health-shop€™, winkels gespecialiseerd in vitamines, onbespoten voedsel en literatuur met €˜levensverlengende€™ tips en recepten. Medische congressen worden niet meer alleen door de medische deskundigen bezocht , maar ook door de patiënten. €™'Ik lijd aan....en ik wil weten wat de laatste ontwikkelingen zijn'€™, is vaak de motivatie van deze mensen. De grote sterren van deze beweging zijn de in Los Angeles woonachtige Durk Pearson en Sandy Shaw. Zij schreven een boek Life Extension, a practical scientific approach dat in een oplage van meer dan 1 miljoen de winkels uitvloog. Neveneffecten:Pearson en Shaw traden op in de Merv Griffin Show en kregen de record respons van 100. 000 brieven. Ze slaagden erin een eigen biochemisch onderzoeksinstituut op te richten, benevens een eigen produktiemaatschappij voor televisieprogramma'€™s. Achter op hun boek staan ze afgebeeld, de natuurkundige Pearson en de biochemica Shaw; op het eerste gezicht hebben ze duidelijk hun '€˜roots'€™ in de hippiecultuur, maar de eveneens afgebeelde computer en het reactievat in Pearsons hand suggereren dat men de jaren zestig toch achter zich heeft gelaten. De centrale boodschap van dit tweetal is simpel: de wetenschap is nu zo ver gevorderd dat het niet meer nodig is om voortijdig aan een of andere akelige ziekte te sterven. Een leeftijd van 110-115 jaar zit er voor iedereen in, zolang je maar voldoende pillen slikt. De vitamine-industrie heeft een enorme oppepper gekregen van de publikatie van dit boek. In Nederland is het (nog?) niet verschenen, maar er zijn wel tekenen van een hernieuwde belangstelling voor vitamines. Wat zijn op dit moment werkelijk de mogelijkheden om die hoge leeftijd te bereiken? Het zoeken naar het '€˜levenselixer'€™ is van alle tijden. Het onderzoek tegenwoordig is echter niet meer gericht op het vinden van het zaligmakend wondermiddel, maar op het doorgronden van het proces dat ouder worden heet. Zeker is inmiddels dat niet over een enkel proces gesproken kan worden, het zijn er vele en het is de vraag of we alle processen al gevonden hebben. Stap twee is dan het zoeken naar middelen om deze processen te vertragen, te stoppen of zelfs om te keren. In Nederland wordt dit onderzoek verricht aan onder meer het Instituut voor Gerontologie van TNO in Rijswijk. Ondanks de veelheid van '€˜sub'€™-processen die met ouder worden samengaan hanteert men in de verouderingswereld een belangrijke tweedeling, Door de genen Iedereen heeft een door de genen gedicteerde maximale leeftijd: de grens daarvan lijkt rond de 115 te liggen. In Japan leeft op het ogenblik een '€˜geverifieerde'€™ 119-jarige, maar over de gehele wereld worden leeftijden boven de 100 jaar toch tot de zeldzaamheden gerekend. Hoewel allerlei volken claimen dat bij hen leeftijden boven de 100 eerder regel dan uitzondering zijn blijft bij wetenschappelijk onderzoek van deze claims weinig over. Een veel gebruikte truc van de bejaarden is dat ze in een grijs verleden de leeftijd van hun ouders of grootouders adopteerden, in de hoop op die manier onder militaire dienst uit te komen. Er is een tweede proces dat verhindert dat we die maximale leeftijd halen. Gedurende ons leven staan we bloot aan een groot aantal invloeden die de slijtage of veroudering versnellen. De meest evidente daarvan zijn de consumptie van alcohol en tabak, maar er zijn vele subtiele processen zoals blootstelling aan straling van allerlei soort (UV of ioniserende straling) en niet acuut merkbare ''€˜vergiftigingen''€™van het voedsel dat we consumeren. Deze "toevallige " slijtage bepaalt de gemiddelde leeftijd die zich in de westerse wereld rond de 75 jaar bevindt. De theorie is nu dat als we deze toevallige slijtage kunnen bedwingen, dat dan het bereiken van de maximale door genen bepaalde leeftijd van rond de 115 werkelijkheid kan worden. Volgens Pearson en Shaw is dit geen theorie meer maar grotendeels praktijk, dat wil zeggen: zij vinden dat de wetenschap de afgelopen decennia zo veel aan het licht heeft gebracht dat er alle reden is om zelf te experimenteren met het slikken van pillen. Zij bevelen aan dat iedereen dat onder medisch toezicht doet, en dat zwangeren en kinderen niet meedoen, maar het is de vraag of die bezwering de volgelingen ook bereikt. De meeste levensverlengende heilsleren zijn gebaseerd op abstinentie van alles wat lekker is: alcohol, tabak, lekker eten en soms ook sex. Pearson en Shaw zijn hedonistischer ingesteld. Tabak en alcohol zijn weliswaar levensverkortende produkten, maar je kunt de effecten daarvan miniseren zonder met de consumptie te stoppen. Minder eten zou een goede zaak zijn, maar er zijn ook pillen die je kunnen helpen slank te blijven. En over sex zegt het duo tenslotte:'€™Life extenders do it longer!'€™. Geen monnikenbestaan dus, maar wel een ongelofelijke consumptie aan pillen en poeders. Pearson en Shaw slikken dagelijks maar liefst 34 preparaten van kunstmatige oorsprong met een totaal gewicht van '€“conservatief berekend- driekwart ons. Van de vitamine C slikken beiden dagelijks 20 gram. Dat staat gelijk met de vitamine C inhoud van ondgeveer 200 sinaasappelen en ook met 400 maal de dosis die de Nederlandse overheid ons voorschrijft teneinde ons van scheurbuik te vrijwaren. Ook de andere vitamines gaan in dergelijke '€˜mega'€™-doses naar binnen, benevens een groot aantal geneesmiddelen en industriële conserveringsmiddelen. Orthomoleculair Het slikken van vitamines in grote hoeveelheden is niet nieuw, het slikken van geneesmiddelen en conserveringsmiddelen voor dit doel is dat wel. De tweevoudige Nobelprijswinnaar Linus Pauling slikt al 20 jaar dagelijks 10 gram vitamine C. Hij is de ontwerper van de zogenaamde '€˜orthomoleculaire'€™ geneeskunde, de geneeskunde die tekorten veronderstelt aan stoffen als vitamines bij allerlei ziekten, en deze substanties dan aanvult. Het gaat dan vooral om stoffen die van nature in het lichaam thuishoren. Ondanks de toename van het aantal artsen dat de '€˜orthomoleculaire'€™ geneeskunde beoefent, zijn Pauling en de zijnen er nooit in geslaagd om op een eenduidige wijze hun gelijk aan te tonen. Hun vaak veelbelovende onderzoekingen worden keer op keer gepareerd door onderzoekingen die grote vraagtekens zetten achter het nut van extra vitamines. De '€˜orthomoleculairen'€™ moeten '€“vanwege de enorme hoeveelheid lichaamsvreemde stoofen die ze consumeren- niets hebben van Pearson en Shaw. De theorie die Pearson en Shaw gebruiken om hun receptenboek voor eeuwelingen te ondersteunen is veel minder omstreden, het praktische nut darvan overigens wel. In '€˜Life Extension'€™ wordt een aantal processen opgesomd die de wetenschappelijke wereld op het ogenblik bestudeert. De belangrijkste daarvan is de theorie van de vrije radicalen. Deze theorie, de '€˜free radical theory of aging'€™ werd in de vijftiger jaren geformuleerd door Denham Harman, hoogleraar biochemie uit Nebraska. Het is een theorie die zich in een groeiende belangstelling mag verheugen. . Volgens Harman zijn vrije radicalen een soort verminkte moleculen, die bij tal van processen vrij kunnen komen. Vrije radicalen zijn een gewone zaak in de laboratoriumchemie. Gedurende een zeer korte tijd razen ze door het lichaam en kunne daarbij vernielingen aanrichten aan bijvoorbeeld het DNA of aan gevoelige membranen in de cel. Bij dit proces vindt oxidatie van allerlei stoffen plaats. De schade die zo ontstaat is in het begin onmerkbaar of wordt door het lichaam zelf gerepareerd. Naarmate de jaren verstrijken accumuleert de schade echter en neemt het vemogen tot reparatie af. Zo verouderen allerlei weefsels en organen. Er zijn zelfs theorieën waarin het ontstaan van kanker en hart- en vaatziekten beide op het conto van de vrije radicaal-schade wordt geschreven. Wegvangen Het is niet eenvoudig deze vrije-radicalen in het lichaam te analyseren, ze zijn moelijk te vinden en ze leven maar kort. Toch is er vrij veel overeenstemming dat deze radicalen in meer of mindere mate het verouderingsproces beïnvloeden. Pearson en Shaw zien de vrije radicalen als de grote boosdoeners en hun menu is dan ook vooral gericht op het wegvangen van deze vrije radicalen, Van de vitamines A, C en E is inmiddels aangetoond dat ze dat kunnen. Zeer goede radicaalvangers zijn echter de zogenaamde anti-oxidantia, conserveringsmiddelen zoals we ze bijvoorbeeld in consercen tegenkomen (BHT en BHA). Tot zover is er weinig controverse tussen Pearson en Shaw en de wetenschappelijke wereld om hen heen. Hun praktische invulling van deze theorie gaat echter wel heel ver. Pearson en Shaw: '€˜Als wij eten kopen dat vet of olie bevat, dan zoeken we altijd naar de merken die anti-oxiderende conserveringsmiddelen bevatten. Als we zo'€™n merk niet kunnen vinden, meestal omdat de fabrikant ze uit angst voor consumentenacties er uit heeft gehaald, dan voegen we ze zelf toe'. Deze middelen, BHT en BHA , liggen al jaren onder vuur van de internationale milieu- en consumentenbeweging. Die willen dat de gemiddelde dagelijkse consumptie van 20 milligram tot 0 wordt teruggebracht. Pearson en Shaw slikken dagelijks 2 gram van deze middelen en strooien er in hun keuken ook vrolijk mee rond. Het duo baseert zich hier op bijvoorbeeld de gerespecteerde kankeronderzoekers. Doll en Peto die inderdaad hebben gesuggereerd dat de consumptie van deze middelen er in het Westen toe heeft bijgedragen dat de sterfte aan maagkanker drastisch daalde. Voorts baseren P&S zich op een onderzoek van eerder genoemde Harman die muizen met BHT 30-45% langer liet leven. Aardige aanwijzingen zijn evenwel nog niet voldoende om een miljoenenpubliek tot het slikken van BHT en BHA aan te zetten, vooral niet omdat ook ongezonde effecten van deze middelen bekend zijn. Zonnebrandolie Ultra-violette straling zoals die van de zon komt is een belangrijke bron van vrije radicalen. Daarom zeggen P&S: blijf uit de zon en slik maar middelen waar je een mooie bruine kleur van krijgt. Kom je toch in de zon, slik dan 1 gram per dag van de vitamine Paba, dat is een sterke radicalenvanger. Nu is Paba inderdaad het werkzame bestanddeel van zonnebrandolie, maar dat orale consumptie in dergelijke grote hoeveelheden werkt, is een stelling die de auteurs uitsluitend met anekdotes illustreren. In Life Extension staan ook nogal wat foto'€™s waarop het duo halfnaakt en ietwat schaapachtig kijkend indruk wekt met hun atletisch gebouwde lichamen. Niet het resultaat van sport, en het verhaal heeft ook niets meer te maken met vrije radicalen, maar veel meer met het chemisch oppeppen van de hormoonproduktie. Er zijn aanwijzingen dat na het dertigste jaar de meeste mensen stoppen met de aanmaak van het groeihormoon '€˜somatotropine'€™. Dit hormoon zorgt ervoor dat spieren worden aangemaakt en geen vet. Pearson heeft aan lichaamsbeweging een broertje dood, '€˜de enige sport die ik doe vindt plaats op mijn waterbed'€™, zo meldt hij genotzuchtig, dus hij slikt. Hij gebruikt het geneesmiddel voor Parkinson-patiënten L-Dopa en de aminozuren Arginine en Ornithine. Hij waarschuwt wel dat mensen, die nog niet geheel zijn volgroeid, vreemde dingen kunnen ervaren bij het slikken van deze middelen. Ook hun hersenen houden P&S in '€˜topconditie'€™. Belangrijk hulpmiddel daarbij is de dagelijkse toediening van elf gram vitamine B3 (nicotinezuur). Van B3 zijn eigenlijk alleen maar gunstige effecten bekend bij de bestrijding van hart- en vaatziekten en de nagenoeg uitgebanneb ziekte pellagra. Er is iets bekend over de werking van B3 als kalmeringsmiddel en er is jaren geleden een heftige discussie geweest over de vermeende werking van B3 bij schizofrene patiënten, maar over het waarom van deze gigantische hoeveelheid B3 wordt uit het boek niets duidelijk. Frappant is wel dat '€“geheel los van dit boek- de Amsterdamse hoogleraar Orlebeke onlangs in een dubbel-blind onderzoek liet zien hoe een veel kleinere hoeveelheid vitamine B3 de geheugens van gezonde proefpersonen met 10-30% kon verbeteren. Niet bewezen Wetenschappelijk medewerker Drs. A. Brouwer van het Instituut voor Gerontologie TNO, bevestigt dat de vrije radicalen-theorie binnen de wetenschap sterk in de belangstelling staat en dat bovendien van vitamines en enkele andere stoffen bekend is dat ze deze radicalen invangen. "Maar", zegt Brouwer, "of dat ook altijd gebeurt op de plaats waar die radicalen verschijnen is de vraag en of het ook tot het tegenhouden van veroudering zal leiden staat nog te bezien. Het is gewoon nog niet bewezen dat die spullen inderdaad levensverlengend werken en niet averechts. In de praktijk denk ik dat de gemiddelde levensduur het meest veranderd kan worden door het vinden van behandelingen van bepaalde ziektes als kanker en hart- en vaatziekten. Professor dr. J. H. Koeman verricht op de Landbouwhogeschool in Wageningen onderzoek naar de giftigheid van zowel milieuvreemde stoffen als van voedsel. Hoewel hij Life Extension niet gelzezen heeft is veroudering wel een onderwerp waarin hij zich heeft verdiept. Koeman ziet een samenhang met voedsel:"We zijn bezig met een nieuwe fase in de evolutie wat betreft voeding. Tot dusver koos de mensheid zijn voedsel op basis van kortdurende ervaringen. Als je de volgende dag ziek bent van het eten van de vorige dag, dan eet je dat voedsel in het vervolg niet meer. Andere criteria waren de smaak, zeer cultureel bepaald, en of je er de voortplantingsleeftijd mee kunt halen. Wel, dat is gelukt, maar tot dusver hebben we ons voedsel echter niet uitgezocht om onze genetische potentie om oud te worden geheel uit te buiten. Die fase beginnen we nu binnen te dringen en ik zie daar voor de toekomst zeer verrassende dingen uit voortvloeien". Koeman beschouwt de recepten voor levensverlenging van P&S als nogal speculatief. "Radicaalmechanismen spelen zeker een belangrijker rol dan 10 jaar geleden. Wij doen op het ogenblik onderzoek naar de biochemie van de vergiftiging met HCB (een broertje van PCB'€™s en dioxine) en wij komen met onze hypothese duidelijk uit op radicaalvorming. Maar of je daarvoor al die middelen moet gaan slikken? In het algemeen moet je zorgen dat je je anti-oxidantia op peil houdt, maar ik denk dat je daarvoor gewoon goed moet eten. Ik moet echter wel zeggen, dat als ik een griep voel aankomen, een dosis van 10 gram vitamine C neem. Statistisch stelt het natuurlijk helemaal niets voor, en er komt ook psychosomatiek bij kijken, maar ik heb dezelfde dag mijn evenwicht weer in orde'. Life Extension, a practical scientific approach, Durk Pearson en Sandy Shaw, Warner Books. )