GOKKEN OP DE TOEKOMST (Brengen weddenschappen de wetenschap vooruit?)

De ziekte kanker is voor het jaar 2010 te genezen. Of dit echt waar is weet ik niet, maar die gok heb ik genomen: op de Internet-markt voor 'Idea Futures'€™ heb ik er zojuist 50 'dollar'€™ op ingezet. Er zijn honderden van dergelijke gokkers en de 'koers'€™ is nu ongeveer 50% dat betekent dat de helft van de gokkers het met mij eens is en de andere helft niet. Door zo te gokken hopen we de wetenschap vooruit te helpen, kapitaal te genereren voor onderzoek, de eerlijkheid in de wetenschap te bevorderen, te ontdekken wie de beste voorspeller is. Het mooiste zou zijn als we in 2010 ook nog de nodige duiten zouden vangen, maar gokken op de wetenschap is in de Canada echter verboden en tot die tijd kun je met Idea Futures door goed te voorspellen alleen aan geloofwaardigheid winnen en wordt je dus uitbetaald in 'credibills'€™ - the right to bragg!.

Gedurende decennia heb ik de beurspagina'€™s in de krant genegeerd (want niet begrepen) en nu doe ik opeens mee aan wat je zou moeten omschrijven als de akademische variant van de aardappeltermijnmarkt. Een beurs voor voorspellingen over toekomstige ontwikkelingen: niet in de prijs van de aardappels, maar in de wetenschappelijke. 1500 mensen doen er nu mee - ook enkele vanuit Nederland - en hun aantal is groeiend. De claims waar ze op inzetten varië«ren van wanneer de wiskunde nieuwe priemgetallen ontdekt tot wanneer fusie mogelijk is of wanneer een aids vaccin wordt gevonden, maar er is ook ruimte voor claims als: Tony Blair wordt de nieuwe premier van het Verenigd Koninkrijk en: 'in het jaar 2005 wordt Apple Computers opgeheven'€™

Bedenker van het Idea Futures concept is de Californische wetenschapper Robin Hanson, en de uitvoering ligt bij een aantal medewerkers van de Universiteit van Calgary in Canada, maar voor een deel kan de Nederlandse hoogleraar prof. W.K.B. Hofstee uit Groningen ook nog een claim doen op de copyrights. Hij beschreef immers in 1980 al hoe weddenschappen gebruikt konden worden om binnen de wetenschappelijke gemeenschap tot betrouwbare voorspellingen te komen.

De centrale figuur op de Idea Futures markt is echter Robin Hanson en zijn inspiratie lijkt op die van Hofstee maar is veel negatiever. Hoewel hij ontkent dat hij er een persoonlijk slachtofer van is richt hij zijn pijlen op het systeem van peer review. Dit systeem komt er simpelweg op neer dat een wetenschapper die op gebied X iets denkt te hebben ontdekt, ook beoordeeld wordt door de topspecialisten uit gebied X alvorens de vakpers tot publicatie over gaat.

Dat systeem werkt niet goed zegt Hanson, het is weliswaar bedoeld om de wetenschap vooruit te helpen maar het effect is vaak juist vertraging, onterechte vertraging. De wetenschap is geen open en eerlijke wereld, maar een middeleeuws gilde waarbij slavernij nog aan de orde van de dag is. Iedere student of promovendus weet dat een nieuwe ontdekking niet zozeer beoordeeld wordt op zijn wetenschappelijke merites maar op de vraag: ga ik hiermee niet te veel in tegen de heersende mening van bijvoorbeeld de hoogleraar bij wie ik immers moet afstuderen?

Om duidelijk te maken hoe belachelijk het in zijn ogen is, maakt Hanson graag een vergelijking tussen het wetenschappelijke systeem van 'peer review'€™ en 'de markt'€™:'€™Stel je voor wat er zou gebeuren als we peer review zouden gebruiken om te beslissen welke nieuwe producten vervaardigd zouden moeten worden. Voorstellen voor nieuwe producten zouden anoniem besproken moeten worden door machtige mensen die vergelijkbare producten maken. Deze besprekers zouden hun oordeel uit kunnen spreken zonder enig persoonlijk risico, en de producten van de winnaars zouden waarschijnlijk niet echt nuttig zijn - want niet bedreigend voor de concurrentie'€™.

Helemaal opdoeken wil Hanson het systeem van peer review niet, maar hij vindt dat zijn Idea Futures markt daarop een nuttige aanvulling kan zijn. Als je een mening hebt dan moet je die ook durven te verdedigen - financieel, zo meent Hanson: 'Put your money where your mouth is - put up or shut up'€™. U zegt dat het broeikaseffect voor een temperatuursstijging zorgt van x graden voor 2025: hoeveel zet U daarop? Is dioxine kankerverwekkend voor mensen? Hoeveel is die claim U waard? Met acupunctuur kunt U chronische pijn bestrijden - wedden van niet?

In de praktijk zou het dan volgens Hanson ongeveer zo gaan. Een student die meent iets ontdekt te hebben gaat met een manuscript naar zijn hoogleraar. Die begrijpt de tekst niet of gelooft hem niet of ziet de inhoud als bedreigend voor zijn eigen positie. Ergo: de door de student gewenste publikatie in een vaktijdschrift komt er niet.

De student is echter overtuigd van zijn gelijk en begeeft zich nu naar de Idea Futures markt. Hij maakte een duidelijke omschrijving van zijn ontdekking en deponeert een bepaald bedrag zodat rechters over 20 jaar kunnen besluiten wie er gelijk had: zij die Futures hadden gekocht met als omschrijving 'De student heeft gelijk'€™ of zij die Futures hadden gekocht met als tekst:'€™De student heeft ongelijk'€™.

De student gaat terug naar zijn hoogleraar en zegt: Je houdt dan weliswaar een publikatie tegen, maar hoeveel geld zet je er op dat ik geen gelijk heb? De hoogleraar is natuurlijk veel te gedistingeerd om zich met zoiets triviaals in te laten, maar enkele studenten besluiten toch een paar tientjes in te zetten.

Zo ontstaat in Hanson'€™s visie een misschien wel decennia durende markt. Ondertussen gaat de wetenschap door: door publikatie x lijkt de ontdekking van onze student opeens heel waarschijnlijk en worden er veel futures pro verkocht, door publikatie Y zakt de koers opeens. Geleidelijk aan vormt zich zo een kapitaal pro of contra een claim, en dat kapitaal verleidt op een gegeven ogenblik een sponsor tot het laten doen van een wetenschappelijk experiment om het finale bewijs voor of tegen de ontdekking van onze boven tafel te krijgen. De sponsor van zo'€™n experiment hoopt dan ook het hele kapitaal dat voor of tegen een claim is ingezet binnen te halen - afhankelijk waar hij zelf op heeft ingezet.

Uitgaand van het geval dat de student inderdaad iets slims had ontdekt heeft hij nu een heleboel geld verdiend en is de kans groot dat de ontdekking ook nog op zijn naam wordt geschreven. Vrees dat je reeds duur betaalde hoogleraar er met jouw ontdekking vandoor gaat hoef je dus ook niet meer te heben.

Wordt de Idea Futures markt ooit realiteit in de zin dat er officiele instituten komen die het loven en bieden met echt geld op grote kwesties zullen reguleren? Aan de universiteit van Calgary wordt er enthousiast over gefantaseerd. 'De mensen nemen het heel serieus'€™ aldus medewerker James, 'op speciale mailing lists bespreken investeerders de ontwikkelingen die de prijs van een bepaalde claim kunnen beinvloeden. En net als in een echte markt reageren de deelnemers op ontwikkelingen in de echte wereld. De claim dat Labour Party leider Tony Blair de volgende engelse premier zou zijn kelderde van 70 dollarcent naar 50 in de dagen dat John Major zijn leiderschap in een verkiezing op het spel zette. De kans dat koude fusie bewezen wordt staat nu op 15%, de kans dat er een aids vaccin komt op 30%'€™. De Alberta Research Council gebruikt Idea Futures als een gereedschap voor 'technology scanning'€™, 'het is een goedkope manier om de mening van een heleboel mensen te krijgen'€™. Verder is men hier heel trots dat de Idea Futures Web Sit een prijs heeft gerkegen als behorend tot de aardigste van het hele Internet. (http://www.ideosphere.com/main.html)

Nu staat een verbod op gokken de invoering van een werkelijke Idea Futures markt nog in de weg, maar dat is misschien niet de grootste barriere. De vraag is ook: hebben wetenschappers wel voldoende lef om hun beweringen in weddenschappen te vertalen. De Maastrichtse hoogleraar Knipschild suggereerde in de Lancet dat bijvoorbeeld acupuncturisten en de Vereniging tegen de Kwakzalverij ('a noisy organisation of very conventional doctors'€™) in zouden zetten op de vraag of acupunctuur werkzaam is tegen chronische pijn. Eerst wordt dan de literatuur geraadpleegd en vervolgens wordt eventueel een echt onderzoek opgezet: afhankelijk van de slotconclusie wordt die studie betaald door de artsen of door de acupuncturisten. Knipschild heeft nooit meer iets gehoord van zijn uitdaging'€™.

Zowel Hanson als Knipschild refereren aan de Groningse hoogleraar Hofstee. Wat vindt hij van het Internet project? Over Hansons kritiek op het systeem van peer review zegt Hofstee:'€™ We moeten natuurlijk in het oog houden dat kwerulerende fantasten in de marge van de wetenschap minstens even dicht zijn gezaaid als onredelijke potentaten daarbinnen'€™. Hofstee vindt verder dat de spelregels die Idea Futures hanteert niet helemaal rechtvaardig zijn. Niettemin vindt de Groningse hoogleraar weddenschappen een nuttig instrument, bijvoorbeeld bij het voorspellen van de verkiezingsuitslag. Hofstee:'€™Ik heb bij herhaling aangetoond dat een verkiezingsweddenschap betere voorspellingen oplevert dan een opiniepeiling. De procedure is: je vraagt per advertentie om voorspellingen van de uitslag (met een bescheiden prijs voor de beste), en middelt die voorspellingen: die gemiddelde voorspelling verslaat de polls.

Toch is Hofstee afkerig van een werkelijke markt in Idea Futures zoals Hanson die bepleit. 'Geld corrumpeert. Ik heb altijd bepleit weddenschappen te zien als een metafoor of gedachten-experiment, als model om de gedachten te bepalen; niet meer dan dat. Als geld centraal komt te staan in plaats van waarheid, kun je met name bedrog verwachten. In die reserve ligt voor sommigen een zwakte van het wedmodel. Maar het is niet anders. Net zo min als IRT-teams is de wetenschap bestand tegen groot geld. Ik denk dat je in Nederland wel om geld zou kunnen wedden, maar je moet dat m.i. niet willen. Commercialisering is momenteel wereldwijd de grootste bedreiging voor de wetenschapsbeoefening (en voor de beschaving in het algemeen); het is niet mijn program daaraan bij te dragen'€™.

Theo Richel

De volgende, als kader bedoelde tekst haalde het helaas niet in de NRC.

In tegenstelling tot de VS kent Nederland geen wettelijke belemmeringen tegen een gok op de wetenschap waarbij sprake is van 'hard cash'€™, dus ik ben snel op zoek gegaan naar een mogelijkheid om in Nederland een weddenschap op te zetten - waarom niet over het broeikaseffect? Enkele weken geleden lekte via het Internet een nieuw rapport uit van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), en in de Volkskrant en bij Nova werd IPCC lid en hoogleraar milieuwetenschappen aan de Vrije Universiteit dr. P. Vellinga in de gelegenheid gesteld om te zeggen dat 'Alle klimaat onderzoekers ter wereld het er nu over eens zijn dat het warmer worden van de aarde hoogstwaarschijnlijk te wijten is aan menselijk ingrijpen'€™.

Ongeveer tezelfdertijd rolde bij mij een faxje binnen met een knipsel uit de Wall Street Journal waarin prof dr. Robert Balling jr, climatoloog en net als Vellinga lid van IPCC verklaarde dat er nog geenszins bewijs was gevonden voor opwarming van de aarde, en dat satellietmetingen vooralsnog eerder wijzen op een afkoeling.

Conclusie 1 is in ieder geval dat niet alle climatologen het eens zijn, maar wat blijft is de verwarring: wie heeft er nu gelijk? Of beter: wie is het meest overtuigd van zijn eigen gelijk, en wie durft daar geld tegenover te stellen? Dus vroeg ik beide heren een voorspelling te doen over de gemiddelde temperatuur aan het oppervlak van de aarde in het jaar 2005. De slechtste voorspeller zou 10% van zijn jaarsalaris in 2005 moeten betalen aan de winnaar.

Maar hoe meet je of de temperatuur op aarde is gestegen? Professor Schuurmans, voorheen aan het KNMI verbonden, adviseerde telefonisch om daarvoor meetgegevens zoals die verzameld worden via het Climate Research Unit in Norwich te gebruiken. Maar de via een e-mail uitgedaagde professor Balling vond dat een slecht idee. Deze temperatuurmetingen worden makkelijk beinvloed door de vervuilende warmte van steden er wordt geen rekening gehouden met de temperatuur in veraf gelegen gebieden of oceanen. Professor Balling wilde meedoen aan de weddenschap, maar alleen als voor de temperatuurmetingen uitgegaan zou worden van satellietmetingen - die zijn in zijn ogen veel nauwkeuriger.

Professor Vellinga meldt er weinig voor te voelen 'zijn commercië«le en zijn wetenschappelijke belangen te vermengen'€™. Het is misschien op korte termijn amusant, maar hij ziet er geen belang in. Even later meldt hij voor 95% zeker te zijn, maar daar wil hij geen geld tegenover stellen. Dat hij heeft gezegd dat alle climatologen het eens zijn kan hij zich niet meer herinneren. Ik moet maar een keer langs komen om me werkelijk in het broeikasseffect te verdiepen.