Slachtofferfeminisme fnuikend voor kinderen

Het artikel “Opgelegde omgang bevestigt machtsongelijkheid” (Volkskrant, 8 december) door  de advocaten Gabbi Mesters, Berna Kramer, Doef van Kempen en Sara Etty van het Proefprocessenfonds Clara Wichman wekt de indruk dat de dames het door hen aangeklaagde wetsvoorstel van de VVD-er Luchtenveld nauwelijks hebben gelezen en is vooral een voorbeeld van slachtofferfeminisme uit de 70-er jaren: veel geklaag, maar geen feiten of bronnen.

De dames betogen dat huiselijk geweld een belangrijke rol speelt bij scheidingen. Daar valt nogal wat op af te dingen.

  1. Volgens Mesters e.a. is 20%  van alle vrouwen in Nederland slachtoffer van huiselijk geweld. Dr. Karin Wittebrood en dr. Vic Veldheer van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) meldden recent op basis van twee Intomart-onderzoeken dat 0,78% van de Nederlandse bevolking per jaar te maken heeft met partnergeweld. Dat is nogal een verschil.
  2. Dat huiselijk geweld is bovendien nog eens gelijk verdeeld over de geslachten: het aantal slachtoffers en plegers houdt elkaar in evenwicht, zo laat een verzameling van inmiddels 136 studies zien (www.huiselijkgeweld.info ). Vrouwen beginnen eerder met slaan, mannen slaan harder. Bij de politie meldden zich niet veel mannelijke slachtoffers van huiselijk geweld, maar bij de Eerste Hulp wel (en slechts 14% van hen gaat daarna alsnog naar de politie). Bij de vrouwen is het omgekeerd. Die bezoeken massaal de politie, maar niet de Eerste Hulp. De helft van de daders gaat dus vrijuit en de helft van de slachtoffers wordt genegeerd.
  3. Op basis van 46.000 dossiers concludeerde prof. Margaret F. Brinig van de Universiteit van Iowa dat scheidingen slechts in 6% van de gevallen aangevraagd worden omdat er sprake is van huiselijk geweld, drankmisbruik of overspel. Volgens Brinig is de veruit belangrijkste factor bij het doorzetten van een scheiding de vraag: ‘wie krijgt de kinderen’. Het merendeel van de vrouwen weet dat zij dat zijn. Zij kunnen dus het risico van zo’n scheiding wel nemen en daarom wordt 80% van de scheidingen door vrouwen doorgezet. 
  4. Aangiftes van huiselijk geweld worden niet gecontroleerd en vormen daarom een nogal onbetrouwbaar fenomeen, vooral tijdens scheidingsprocedures. De hoogleraar rechtspsychologie professor Willem Albert Wagenaar spreekt tijdens een televisie-uitzending op 18 juli 2003 over een percentage van 50 procent valse aangiften na scheiding.
  5. Volgens Mesters e.a.  komen scheidende ouders er in 75 tot 80% van de gevallen ‘wel uit’ en treffen zij een omgangsregeling. Wij komen dit cijfer nu al meer dan 10 jaar tegen en vragen ons af waar het toch in vredesnaam op gebaseerd is. Stuur ons die studie toch eens een keer toe dames. Wij kennen wel studies (CBS 2001) waaruit blijkt dat de helft van alle kinderen van scheidende ouders na twee jaar het contact met de andere ouder, doorgaans de vader, kwijt is. Dat gaat om 30.000 kinderen per jaar. En we kennen ook vele tientallen studies naar de schadelijke maatschappelijke effecten (criminaliteit, armoede, leerachterstanden) van deze massale ontvadering.
  6. “Juist slachtoffers van huiselijk geweld behoeven juridische bijstand”, aldus Mesters e.a., daarmee suggererend dat het kamerlid Luchtenveld in zijn wetsvoorstel de juridische bijstand heeft afgeschaft. Luchtenveld heeft de verplichte procesvertegenwoordiging geschrapt: dat wil zeggen dat in bepaalde situaties ouders naar de rechter kunnen stappen zonder advocaat. Natuurlijk vinden advocaten dat niet leuk: inkomensverlies. Maar mensen zijn vrij om toch een advocaat in de arm te nemen. In Luchtenveld’s voorstel zou de noodzakelijke rechterlijke toetsing worden beperkt. Ook dat is onjuist. Tevens worden de huidige wettelijke ontzeggingsgronden voor omgang buiten toepassing geplaatst. Wederom onjuist.
  7. Waarom zouden Mesters e.a. hun cijfers over huiselijk geweld zo opdrijven? Wij kunnen maar één reden bedenken: de enorme hoeveelheid scheidingen is voor hen een onophoudelijke bron van inkomsten. Dat is fijn voor de kassa van het feministische advocatenkantoor waar ze werken. Maar zij zijn dan ook de enige partij die beter worden van een scheiding: de overgrote hoeveelheid van de moeders wacht daarna bittere armoede, de vaders raken hun kinderen kwijt en krijgen gezondheidsproblemen, de kinderen worden verscheurd van verdriet en afgeleid van hun eigen leven en op allerlei manieren beschadigd. Het is een bloedig slagveld dat dringend aandacht behoeft. Het wetsvoorstel Luchtenveld is wat ons betreft een eerste stap in de goede richting.

In het wetsvoorstel Luchtenveld wordt een wettelijke basis gegeven aan de gelijkwaardigheid van het ouderschap van de vader en de moeder – voor kinderen een vanzelfsprekendheid! Centraal staat daarin de integriteit van het ouderschap: de onaantastbaarheid van het ouderschap van zowel de vader als de moeder, precies zoals kinderen en vaders en moeders dat beleven. Daarom heet het een mensenrecht, een “ius ante legem”, een recht dat wordt beleefd al voor je praat over wetgeving. Een recht waar je, met wat voor smoes ook, geen misbruik van mag maken zonder de corrigerende en handhavende Overheid tegen te komen. Radicale feministen voelen zich nu bedreigd. Zij zien in dit wetsvoorstel een aantasting van de macht van het matriarchaat. Om met columnist Bas Heijne te spreken:’Waar komt dat onuitroeibare geloof in de vrouw als beter mens toch vandaan? Het is net zo idioot als het geloof in de vrouw als minderjarig wezen.’

Theo Richel is wetenschapsjournalist. Peter Prinsen is familierechtadvocaat. Wim Orbons is voormalig bestuurder van gezondheidszorgorganisaties. (856 wrdn)  

 

 

 

Auteur(s): 
Theo Richel, Peter Prinsen, Wim Orbons
Taal: 
Nederlands