Help de bedreigde man

Aan het begin van de tweede feministische golf, in de jaren zeventig, stond het nog samen op de agenda: het bestrijden van de achterstanden van vrouwen en mannen. In de afgelopen jaren is de aandacht grotendeels naar de achterstanden van vrouwen gegaan. Dat werk is nog lang niet klaar, maar er moet ook eens naar de mannen worden gekeken. Daar zijn nog veel achterstanden weg te werken. Een paar voorbeelden:
Mannen leven gemiddeld zes jaar korter dan vrouwen. Ze worden eerder ziek en krijgen vaker kanker en hart- en vaatziekten.
Bij mannen komt zelfmoord twee- tot driemaal zoveel voor als bij vrouwen.
De gecombineerde werk-zorg belasting van mannen is volgens de Emancipatiemonitor (Sociaal Cultureel Planbureau/CBS) hoger dan die voor vrouwen.
Er is veel druk op mannen om meer zorgtaken op zich te nemen, maar daarmee lijken ze de kans op echtscheiding te vergroten. Bij de rechter speelt vervolgens de aandacht die een vader aan zijn kinderen geeft, geen of zelfs een negatieve rol hier gaat het vooral om de wensen van de moeder.

Sommige vaders negeren na een scheiding hun kinderen, maar dat is een kleine minderheid, zo blijkt uit onderzoek. Veel vaders worden tegen hun wil weggehouden bij hun kinderen. Dat is slecht voor de kinderen en slecht voor de vaders. Voor geen van beiden is er enige vorm van hulpverlening.

Mannen worden bij voorkeur geportretteerd als een soort geweldjunks. Daarbij wordt geheel voorbijgegaan aan het feit dat de overgrote meerderheid van de mannen niet gewelddadig is, maar juist geprogrammeerd is om vrouwen en kinderen te beschermen, desnoods met hun eigen leven.

Er is geen enkele aandacht voor de mannelijke slachtoffers van huiselijk (fysiek) geweld. Wetenschappelijk onderzoek geeft aan dat deze groep qua omvang zeker vergelijkbaar is met de vrouwelijke slachtoffers.

De overheid organiseert campagnes over mannen, zonder enige input vanuit de vader/mannen-beweging en klaarblijkelijk zonder enige interesse in de werkelijke cijfers over mannen.

Veel mensen die met bovenstaande achterstanden van mannen worden geconfronteerd, komen met tegenwerpingen als `mannen leven veel ongezonder' of `mannen zijn nu eenmaal gewelddadiger'. Als een man in de problemen komt, is dat blijkbaar altijd zijn eigen schuld. Bij vrouwen is een dergelijke reactie zeer ongepast: wie suggereert een verkrachte vrouw nog dat ze een te kort rokje droeg?

In veel landen is de realiteit van de mannenproblematiek aan het doordringen. In landen als Finland, de Verenigde Staten als geheel en tevens in deelstaten als New Hampshire, in Nieuw Zeeland, Duitsland, België, Zweden, Groot-Brittannië en Ierland zijn tal van initiatieven. Die variëren van voorzichtige inventarisatie van de problematiek tot opvanghuizen voor mannelijke slachtoffers van huiselijk geweld of de oprichting van een nationaal bureau voor de gezondheid van mannen (VS).

Het verst lijkt Oostenrijk. Daar kent het ministerie van Sociale Zaken sinds 2001 een aparte afdeling mannenzaken. Hoewel deze slechts zes medewerkers telt, is de maatschappelijke uitwerking groot. De afdeling initieerde onder meer studies naar zelfmoord onder mannen en naar de effecten van een scheiding voor vaders en kinderen, en nam het initiatief voor een congres over de mannenproblematiek. In de eerste zeven maanden van haar bestaan ontving de afdeling 35.000 telefoontjes, en dat is volgens een medewerker sindsdien doorgegaan. Deze kwamen grotendeels van gescheiden vaders die ongewild van hun kinderen waren gescheiden. Binnenkort verschijnt een wetenschappelijke analyse van deze noodmeldingen.

In Ierland concludeerde een overheidsstudie dat vrouwen achter de voordeur net zo gewelddadig kunnen zijn als mannen. Daar wordt nu gewerkt aan opvang voor mannelijke slachtoffers.

Sommige instellingen in Nederland claimen ook hulpverlening aan mannen te bieden, maar in de praktijk beperkt die zich tot het vertellen aan mannelijke plegers van huiselijk geweld hoe slecht ze eigenlijk zijn. Mannen bestaan hier alleen als daders, niet als slachtoffers. Sommige hulpverleners neigen er systematisch toe mannen een rigide karakterstructuur toe te schrijven, en die als een belangrijke oorzaak aan te wijzen voor de problemen waar mannelijke cliënten zich mee aanmelden. Mannen zouden hun gevoelens te weinig tonen, en de hulpverlening moet ze dat dan leren. De mannen worden beoordeeld op basis van een `vrouwelijke' norm en zodoende sluit het behandelingsaanbod slecht op hen aan.

In wetenschappelijk onderzoek is geconstateerd dat het maatschappelijk werk eigenlijk niet geïnteresseerd is in de heteroseksuele man. Een organisatie als Transact voor `genderspecifieke hulpverlening' negeert de problematiek van de geslagen mannen willens en wetens al jaren.

Gelukkig is er niet alleen slecht nieuws: in een Nijmeegs ziekenhuis is onlangs een speciale polikliniek voor mannen geopend. Er zou sprake zijn van een stormloop.

De tweede feministische golf had ook een `mannenbeweging' tot gevolg. Die bestond vreemd genoeg niet uit mannen die gelijkheid nastreefden van mannen en vrouwen, maar een stel curieuze watjes die vooral zeer doordrongen leken van hun sociale, morele, seksuele en emotionele inferioriteit aan de vrouw. Mannen moesten zich er maar op voorbereiden dat de evolutie en de technologische ontwikkelingen hen sowieso overbodig zouden maken.

Op tal van universiteiten en via allerlei organisaties wordt deze visie nog steeds uitgedragen. De naam doet het niet verwachten, maar in de visie van een organisatie als E-quality zijn eigenlijk alle gezinnen éénoudergezinnen. Gerund door moeder uiteraard. Misschien loopt er wel ergens een vent rond, maar die speelt geen enkele rol van betekenis.

In Nederland hebben jaarlijks ongeveer 35.000 scheidingen plaats. In tegenstelling tot wat veel mensen denken betreft het hier niet een oude bok die nog wel een jong blaadje lust. Natuurlijk komt dat ook voor, maar driekwart van de scheidingen wordt in gang gezet door de vrouw, en niet omdat er sprake is van overspel, geweld of drankzucht. Volgens Nederlandse onderzoekers neemt zij die stap omdat ze `hogere kwaliteitseisen' stelt aan de relatie. Wat er niet bij wordt gezegd is dat zij die kwaliteitseisen kan stellen omdat volgens een studie onder 40.000 scheidende stellen in de VS een scheiding vooral wordt doorgezet door degene die zeker weet dat zij de kinderen krijgt. Een man kan zijn kwaliteitseisen beter inslikken. Als hij een scheiding doorzet, weet hij nagenoeg zeker dat hij zijn kinderen kwijt is.

Tussen de tienduizenden mannen die aldus jaarlijks aan de kant worden gezet zitten ongetwijfeld ook alcoholisten, meppers, seksverslaafden enzovoort, maar ook heel veel mannen die zich vóór die scheiding met volle passie hebben ingezet voor hun gezinnen. Die ontdekken plotsklaps tot hun verbijstering dat het huwelijk een contract is geworden, waarbij de rechter aan de kant staat van degene die dat contract wil verbreken. Van de ene op de andere dag zijn ze een gevaar voor hun kinderen geworden.

Illustratief is het lot van Martin Huisman. Tot op de dag van vandaag heeft de moeder van zijn vermoorde dochter Rowena het gezag over haar andere dochtertje, Rochelle. De vader wil dolgraag de opvoeding overnemen, maar wordt daartoe niet in staat gesteld. Hij is twee kinderen kwijtgeraakt, maar hoeft op enigerlei hulpverlening niet te rekenen, op tegenwerking des te meer.

Een deel van die mannen is inderdaad uitgesproken zielig en zakt weg in depressies en verwaarlozing. Een ander deel is echter de schaamte voorbij en heeft zijn zelfbewustzijn herwonnen. Niet als tegenstander van vrouwenemancipatie, maar ook niet als bijwagen van het feminisme. Deze `nieuwe' mannenbeweging manifesteerde zich nadrukkelijk op de websites van twee campagnes van het Ministerie van Sociale Zaken `Mannen worden er beter van. En vrouwen ook' en `Mannen in de hoofdrol'.

Dat had effect: de bedoeling van de Mannen-worden-er-beter-van-campagne was ideeën voor een toekomstig emancipatiebeleid te vergaren. In de conceptaanbevelingen staat nu onder meer dat er een aparte coördinator mannenzaken moet komen op het ministerie en dat het beleid inzake huiselijk geweld evenwichtiger moet worden.

Een ander effect was de oprichting van de Denktank M/V, een werkgroep waarin mannen en vrouwen discussiëren over de plaats van de man in het emancipatiebeleid. Voor het eerst in de geschiedenis lijkt het ministerie open te staan voor deze geluiden.

Wereldwijd is van feministische zijde negatief gereageerd op initiatieven van mannen om iets aan hun achterstanden te doen. De Oostenrijkse directeur van het bureau voor mannenzaken herinnert zich dat bij de oprichting werd gezegd dat hieraan geen behoefte was zolang nog niet aan alle wensen van vrouwen is voldaan. Blijkbaar kan het emancipatiebeleid slechts vrouwenbelangen dienen. De naam van de campagne `Mannen worden er beter van. En vrouwen ook', suggereert dat men op het ministerie van Sociale Zaken iets verder is in het denken. Nu nog zien wat dat in de praktijk oplevert.

Theo Richel is journalist, Joep Zander is pedagoog. Beiden zijn lid van de Denktank M/V

www.nrc.nl/discussie: Is er inderdaad te weinig aandacht besteed aan gebieden waar de man op achterstand staat? En wat zijn de typische problemen waar mannen in dit verband tegenaan lopen?