Op vakantie in de Gironde - met een demente oma op de achtergrond

We zijn deze zomer naar de kuststreek tussen Bordeaux en La Rochelle gegaan, eerst boven de Gironde en daarna daaronder. De veertien dagen in de zon werden echter nogal overschaduwd door de voortdurende telefonades van Oma Peels die door haar dementie het spoor nu echt volledig kwijt aan het raken is en misschien wel 10 maal op een dag belt met dezelfde serie vragen en klachten. Ze voelt zich verschrikkelijk, vergeet alles, maar in die gesprekken blijkt toch ook dat ik haar wel rustig kan krijgen, en dat ze eigenlijk vooral behoefte heeft aan contact. We hebben halverwege nog overwogen om maar terug te keren, maar de thuiszorg, die haar drie maal daags of vaker bezoekt bezwoer ons dat niet te doen. Men vond het al heel bijzonder dat ik Oma's telefoon zo had ingesteld dat ze direct mijn mobiele kon bellen. Niet leuk, wel nodig, het mens schiet van de ene angstaanval in de andere: eerst als verschijnsel van de dementie zelf, en als ze wat rustiger en helderder is door het besef van wat er zich aan het afspelen is. Dat laatste is niet helemaal waar, ze vraagt zich voortdurend af wat er toch met haar aan de hand is, maar hoewel de geriater het nadrukkelijk 3 maal over dementie had herhaalt Oma dat nooit. Is ze het vergeten of durft ze er niet over te spreken? We weten het niet.

Aan het eind van de eerste dag kwamen we in de Loirestreek in de mooie plaatsjes Beaugency en La Ferté St Aubain die er nog net zo uit zagen als toen ik daar begin jaren 70 van de vorige eeuw langskwam met het Franse circus Sabine Rancy waar ik toen 'werkte'. In Beaugency sloeg Felix onmiddellijk aan het tekenen, uit passie, zeker, maar ook omdat hij ervan geniet te poseren als kunstenaar. We overnachtten 15 kilometers verderop in La Ferté Saint Cyr waar een blijkbaar alleenstaande man een mooie boerderij had verbouwd en op 5 hectaren ook enkele gites, een tennisbaan en een zwembad had aangelegd. Alles was piekfijn in orde, en het verondersteld franse ontbijt bestond uit zelfgebakken madeleines en andere baksels. Dat alles voor 86 Euro. Het dorpje deed denken aan Beieren, on-Frans aangeharkt.

De bedoeling was de volgende dag via Niort uit te komen bij La Palmyre op Les Mathes (of andersom, in ieder geval het noordelijke puntje van de Gironde trechter). José had daar een leuke camping aan het strand gevonden.......maar het was natuurlijk stom van ons om naar zo'n plek te gaan in augustus. Alles was vol ook in het binnenland, op een vreemde uitzondering na. Onverwacht kwamen we bij een camping die ruim voldoende plek had, schoon sanitair, een zwembad en veel rust. Er zaten geen adders onder het gras, La Clé des Champs werd gerund door twee bejaarden die het wel gezien hadden, de promotie tot een minimum beperkt hadden en de camping zelfs te koop aanboden. Felix besloot hier dat het met zijn elf jaar nu toch echt tijd was om te gaan roken, en wij als ouders hebben hem uiteraard geen strobreed in de weg gelegd. Rookwaaar hebben we echter niet bij ons dus F moest stukjes verdroogd gras bij elkaar rapen  en inpakken in oude kranten. Hij voelde zich uiterst stoer, maar echt lekker was het niet dus de bui woei gauw over.

Deze streek deed ons sterk denken aan de plek waar we vandaan komen: Zeeland. Het is weliswaar heuvelachtig en een stuk zonniger, maar ook hier kon je op allerlei plekken de zee (rivierarm) zien en er bestaat hier een omvangrijke oester- en mosselcultuur. We bezochten La Cité des Huitres bij Marennes, een kilometers lange kaai waarlangs tal van kleurrijke bedrijfjes zijn gevestigd die hun oesters lieten groeien in het omringende schorrenachtige gebied. Met miljoenen van de Franse en Europese overheid was hier een voorlichtingscentrum  ingericht. Dat was uiterst modern, maar de kleine bedrijfjes deden vooral denken aan de kuststrook in ons eigen Yerseke voordat het Deltaplan daar werd gerealiseerd. Blijkbaar moet de grote bundeling van bedrijven hier nog gaan gebeuren. De oesters hebben we niet geproefd, maar wel de mosselen en die waren kwalitatief veel minder dan bij ons, kleiner, lelijker, minder lekker. Ook in de supermarkten lagen dergelijke krieltjes, dus we vermoeden dat ze het gewoon niet zo goed kunnen als wij.

Maar we hebben hier wel de lekkerste ijsboer ooit ontdekt: Lopez in het stadje Royan (website). Ben & Jerry's, Haagen Dasz, al die Maestroi's en La Venezia's die we hebben bezocht, ook in Italiaanse sferen, ze kunnen niet in de schaduw staan bij deze ijsboer. Michelin zou zeggen: Vaut le détour!.

Vanuit Royan zijn we na enkele dagen met een pontje de Gironde overgestoken naar Le Verdon, en dat was een ervaring die heel sterk deed denken aan de veren die we in Zeeland inmiddels kwijt zijn, en toen we aan de overkant eenmaal op het strand lagen verkeerde ik toch echt in de veronderstelling dat we vanuit Cadzand  naar Vlissingen keken.

Veel valt hier overigens niet te beleven: een keurige camping in de bossen, vooral gericht op het strand waar de golven regelmatig zo hoog waren dat surfen mogelijk werd. Sam en Felix namen een lesje, en zolang het weer rustig bleef lukte dat, ook al was het vermoeiend. Een dag later waren de golven een stuk hoger en kregen de jongens de planken ongeveer in hun gezicht teruggesmeten. Ondergetekende werd door een golf keihard op het schelpenzand gesmeten met een stevige schaafwond tot gevolg.

Op deze camping genoot Sam van de tennisbaan en dwong ons tot een toernooi, nadat hij diverse malen zelfstandig de tennisbaan in het Engels had gereserveerd. Felix kreeg weer een kunstaanval en maakte allerlei mooie kleikopjes. Midden in de nacht belde Oma weer:

'Dag Mama'

';Ik ben op zoek naar mijn zoon, de heer Theo Richel'

'Dat ben ik mama, zeg t maar'

' Ik wou even zeggen dat ik je door heb Theootje Richel. Dat je zo laag gezonken bent! Maar ik pik het niet meer, ik ga de rechter inschakelen. Je hangt mannetje!'

'Mama wat is er? Wil je misschien even met José praten?'

'Wie? Ha Die! Het spook van de opera! En wie heeft me hier in dat kot gedonderd? Wat moet ik hier?'

'Mama ga naar bed'

En dat deed ze, in het huis waar ze al 40 jaar woonde.

Voor de terugreis besloten we ook nog even langs te gaan bij nicht Jeannet die in het dorpje Benest (ergens tussen Limoges en Poitiers) (wiki) een huis had gekocht, samen met geliefde Ruud. De klimeters lange tocht er naar toe over een heel smal weggetje bracht ons uiteindelijk bij een piepklein en leeglopend plaatsje. J&R hadden een groot huis met 2000 vierkante meter grond, maar we schrokken toen we zagen wat er allemaal nog moest gebeuren. Ze hadden zich voorgenomen om het in 6 jaar tot iets moois om te bouwen, maar daar zullen ze nog veel geluk bij nodig hebben. Nicht Hanneke Richel en heur man Rob waren er ook dus het werd gezellig en ondergetekende dronk weer eens te veel. Omdat Jeannet nog niet zo ver is dat ze ons Chambre d'Hote kan bieden werden we elders in het dorp ondergebracht bij een Engels stel dat dat wel pretendeerde te doen. José vond dat het huis de sfeer van een klooster ademde en Sam sprak over het huis Anubis, naar de griezelserie op tv. De eigenaar was een zeer religieuze man met bochel en zij - in onze fantasie - een soort uitgetreden non. Uiterst vriendelijk allemaal, ook schoon, maar prettig vonden we het niet, vooral niet om door allerlei privé kamers te moeten lopen op zoek naar de douche. Het ontbijt was klassiek frans - en dat is geen compliment. Nou ja, straks kan Jeannet ons ontvangen!