Drinkt u vaker bier dan eens in de 345 jaar? Dat is mogelijk kankerverwekkend!

Waarom proppen mensen zich vol met kruiden als knoflook, St Jans kruid (tegen depressies), en al die andere kruiden zonder zich enige zorgen te maken over het feit dat die kruiden nooit en te nimmer zijn onderzocht op hun mogelijkheid om kanker te veroorzaken? Omdat het natuurproducten zijn die al duizenden jaren in gebruik zijn? Dr Lois Swirsky Gold (57) van de Universiteit van Californië in Berkeley is nog dagelijks verbijsterd over de keuzes die publiek en politiek maken op het gebied van de chemicaliën in het milieu, in voeding, kruiden en geneesmiddelen. Uit wetenschappelijk onderzoek is immers klip en klaar naar voren gekomen dat de helft van alle onderzochte chemicaliën, of ze nu door de natuur of door de mens zijn vervaardigd kanker kunnen verwekken. En het feit dat iets duizenden jaren in gebruik is bewijst voor Lois Gold helemaal niets: vroeger werd men gemiddeld nog geen veertig jaar en was er dus niet eens gelegenheid om kanker te krijgen. Als het aan haar ligt wordt op het gebied van milieuvervuiling veel meer toegestaan en op het gebied van geneesmiddelen, kruiden en voeding veel minder.

 

De Zwitserse arts Paracelsus zei aan het eind van de middeleeuwen al: 'Alle Ding sind Gift….allein die Dosis macht das ein Ding kein Gift ist': het is de hoeveelheid die je van een stof binnenkrijgt die bepaalt of je daar kwalijke gevolgen van ondervindt. Het is een wijsheid die door wetenschappers nog immer graag wordt aangehaald, maar in het milieubeleid is er helaas weinig van terug te vinden. Als ergens in het milieu een stofje wordt aangetroffen vraagt men zich niet af of dit stofje door mens of dier in een hoeveelheid wordt geconsumeerd die schade kan veroorzaken, maar  redeneert men: dit stofje is door mensen gemaakt en hoort dus niet in de natuur en moet dus opgeruimd worden. Er wordt niet gestreefd naar het redden van mensenlevens, maar naar het puur houden/krijgen van de natuur. Lois Gold en vele andere wetenschappers hebben inmiddels aangetoond dat van die werkwijze  de mens niet gezonder maar wel veel armer wordt: wie de gezondheid van de mens wil bevorderen zal het onderscheid moeten laten varebn tussen natuurlijk en kunstmatig en zal zich moeten baseren op vragen als: hoeveel krijgt een mens van stof X binnen en wat kan er dan gebeuren.

 

Als een jonge moeder importeerde Lois Gold eind jaren zeventig katoenen kinderpyama's uit Italië om er zeker van te zijn dat die niet bewerkt zouden zijn met de potentiele kankerverwekker tris. Het was een ontdekking van dr Bruce Ames - nu haar collega - die zo de held van de milieubeweging werd. Al snel werd echter met dezelfde test waarmee de kankerverwekkendheid van Tris werd aangetoond ontdekt dat ons dagelijkse, voedsel, onbespoten of niet, nvan nature een sterk kankerverwekkend vermogen bezit. De engelse epidemioloog Richard Peto (die daarvoor samen met Richard Doll het finale bewijs van de kankerverwekkendheid van tabak had geleverd) opperde vervolgens het idee om de enorme hoeveelheid literatuur inzake kankerverwekkende chemicaliën eens te ordenen in de vorm van een soort Hot 100, een hitparade. Dat programma werd de Carcinogenic Potency Database en Lois Gold is er inmiddels de directeur van.

 

In de toxicologie hanteert men de LD50, de ‘letale dosis’ de hoeveelheid van een stof die je nodig hebt om de helft van je proefdieren dodelijk te vergiftigen. Een hoge LD50 impliceert een weinig giftige stof, een lage LD50 een krachtig gif. Maar de LD50 gaat over giftigheid op korte termijn, in de Carcinogenic Potency Database hanteert men een vergelijkbare standaard voor de kankerverwekkendheid van een stof (1): de TD50 ('tumorigenic dose'). Na een enorme hoeveelheid werk, Lois Gold vertelt er door de telefoon met weemoed over waarbij duizenden studies geschift moesten worden, criteria voor beoordeling moesten worden ontwikkeld, iedere studie door twee onderzoekers werd beoordeeld en vervolgens de computer de verschillen tussen de beoordelaars analyseerde is in 20 jaar de TD50 van 1298 chemicaliën (op basis van zo’n 5000 studies) vastgesteld. Op het Internet is er een omvangrijke site aan gewijd (2). De Carcinogenic Potency Database  heeft aan hoe gevaarlijk stoffen kunnen zijn voor knaagdieren, en dat is niet de meest interessante risicogroep. Daarvoor is de HERP-index (3) ontwikkeld: Human Exposure/Rodent Potency. Op het moment dat je voor ratten of muizen de TD50 kent, kun je berekenen hoeveel van die stof de mens binnenkrijgt en dan vervolgens  omrekenen in hoeverre stof X voor mensen een grotere bedreiging lijkt op te leveren dan stof Y.

 

Die berekening gaat als volgt. De laatste twee kolommen van de index bevatten de TD50 van ratten en of muizen voor de betreffende stof. Bovenaan staat ethyleen dibromide, een gas dat gebruikt werd als pesticide in de landbouw (en dat in de VS inmiddels verboden is). De TD50 geeft aan dat de helft van de muizen die levenslang een dagelijkse dosis van 7.45 milligram EDB per kilo muis kreeg toegediend kanker krijgt. Die muizen zijn daarbij een stuk ongevoeliger voor EDB dan ratten, want daarbij krijgt de helft reeds kanker bij een dagelijkse dosis van 1.52 milligram EDB per kilo muis. Bij de HERP index gaat men uit van de gevoeligste diersoort: hier dus de rat. Kolommen drie en vier hebben betrekking op de mens. In kolom 4 staat om welke chemische stof het gaat en welke dosis de blootgestelden gemiddeld ontvingen. Hier dus 150 milligram EDB per persoon per dag. In de kolom drie staat om welke situatie het gaat. Hier dus arbeiders in de tijd voor 1977.

 

Verdeel je deze 150 milligram over de 70 kilo die een gemiddeld mens weegt dan komt daar uit dat iedere kilo van het arbeiderslichaam 2.14 milligram te verwerken krijgt. Vergelijk je die hoeveelheid met de TD50,  de dosis die voldoende is om de helft van de ratten kanker te geven (1.52 mg/kilo) dan is te berekenen dat  de dosis die de mens ontvangt 140%  van de TD50 is.  De mens krijgt dan een hogere dosis dan nodig is om de helft van een rattengroep kanker te geven. Dat zegt nog niets over het werkelijke gevaar voor mensen, maar dit is waarschijnlijk een risico dat je mensen niet wilt laten lopen.

 

Op de Internet Site van het Amerikaanse National Toxicology Program staat EDB overigens nog immer niet bij de stoffen waarvan is vastgesteld dat het een voor mensen kankerverwekkende verbinding is. Daarvoor is nog ‘inadequate evidence’, en daarom is de stof opgenomen in een veel langere lijst van stoffen waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat ze kanker kunnen verwekken.

 

Iets lager in de HERP index staat EDB nogmaals, alleen nu voor de dosis die de gemiddelde Amerikaan (als residu via het voedsel) ontving voordat EDB in 1984 verboden werd. Deze bedroeg dagelijks 420 NANO-gram en omgerekend geeft dat een HERP van 0.0004. Dit betekent dat de situatie waarin een gemiddelde Amerikaan verkeert 350.000 maal veiliger is dan de situatie van de arbeider die met EDB in aanraking komt. De mensen die dat een reden tot zorg vinden die zouden ook geen bacon meer moeten eten want dat levert verhoudingsgewijs dezelfde bedreiging op (dezelfde HERP), maar die zouden ook geen wortels meer moeten eten want die bevatten de natuurlijke pesticide cafeïne zuur in evenals aniline en opgeteld levert een gewone alledaagse consumptie van wortels zo een kankerrisico op dat 17.5 maal zo groot is als het piepkleine restje EDB als residu in het voedsel.

 

Uit epidemiologisch onderzoek is juist duidelijk geworden dat het eten van worteltjes (vanwege de bètacaroteen?) juist beschermt tegen kanker. Er is dus geen reden om je zorgen te maken over de consumptie van worteltjes. Maar is er dan wel reden om je zorgen te maken over synthetische stoffen die een vergelijkbaar gevaar opleveren (een zelfde HERP?) waarschijnlijk niet. En zou de kankersterfte dalen als we er in zouden slagen om worteltjes te maken die minder of geen kankerverwekkende stoffen bevatten en juist meer caroteen of vergelijkbare stoffen? Dat is onbekend. Maar als er een ding duidelijk wordt uit de HERP index dan is het wel dat  iemand die voor zijn wetenschappelijk onderzoek alleen kijkt naar chemicaliën die door de mens zijn gemaakt oogkleppen op heeft.

 

Bruce Ames (3):’Kool en broccoli bevatten een chemische stof waarvan de afbraakproducten zich binden aan de Ah-receptor, enzymen induceren en celdeling veroorzaken, net als dioxine (TCDD), een van de meest gevreesde industriële vervuilingsproducten. TCDD is een zorgwekkende stof want hij veroorzaakt kanker en aangeboren afwijkingen bij knaagdieren bij extreem lage doses. De doses die mensen binnen krijgen zijn echter veel lager dan de laagste dosis die kanker en reproductieve schade bij knaagdieren veroorzaakte. Vergeleken met alcohol lijkt TCDD een teratogeen/carcinogeen van ondergeschikt belang: ieder jaar worden (in de VS?) 10.000 mentaal geretardeerde kinderen geboren uit drinkende moeders. Daar staat tegenover dat er geen overtuigend bewijs is dat  TCDD kankerverwekkend voor mensen is of aangeboren afwijkingen veroorzaakt. De Environmental Protection Agency hanteert een referentie dosis (vroeger de Acceptable Dose Limit geheten) voor mensen van 6 femtogram per kilo lichaamsgewicht per dag. (1 femtogram = 10-15 gram). Vergelijk je het teratogene potentieel van TCDD met alcohol, dan is een dagelijkse consumptie van die 6 femtogram gelijk aan de dagelijkse consumptie van 1/3000000 glas bier. Dat is vergelijkbaar met het drinken van een bier (15 gram ethylalcohol) in een periode van 8000 jaar’.

 

‘Alcoholische dranken zijn bij mensen zowel kankerverwekkend als teratogeen. Een vergelijking van de carcinogene potentie bij knaagdieren tussen TCDD en alcohol laat zien dat de consumptie van de referentiedosis van 6 femtogram per dag gelijk te stellen is met het drinken van 1 biertje per 345 jaar. Aangezien de gemiddelde consumptie van alcohol boven dat ene biertje per dag ligt, en aangezien vijf alcoholische dranken bij mensen een extra risico op kanker inhoudt, lijkt er weinig reden om je bij blootstelling aan de referentiedosis aan TCDD zorgen te maken’.

 

De Amerikaanse (en de Nederlandse overheid hanteren een toegelaten kans op kanker van 1 op de miljoen. Dat komt neer op een HERP van 0.00003% (van de TD50 voor ratten). Dat betekent dus dat de overheid in feite alles verbiedt wat een HERP heeft die hoger is dan deze waarde. In de praktijk zou dat neerkomen op een verbod op hamburgers, peterselie, toast, knolletjes, champignons, mango, bier, bacon,  mosterd, peer, nootmuskaat, wortel, pruim, witbrood, selderij, aardappel, koffie, kaneel, pindakaas, appel, peper, sla, en wijn. Deze lijst is lang, maar aangezien slechts een fractie van het natuurlijke  pakket aan voedingsmiddelen is onderzocht,  nog zeker niet lang genoeg.

 

Ames en Gold lijken de mening toegedaan dat de gemiddelde bevolking weinig te vrezen heeft van zijn pakket aan voedingsmiddelen, of daar nu synthetische stoffen in zitten of niet. ‘Eat your veggies’ is nog steeds de boodschap die uit diverse studies klinkt, zorg dat je bescherming hoog is, dan krijgen gevaarlijke stoffen geen kans. De moderne jacht op individuele chemicaliën is zinloos en vooral duur. Veel geld wordt er besteed aan regelingen en controle daarop van voedingsmiddelen terwijl Ames en Gold er op wijzen: als je ergens wilt scoren dan kan dat waarschijnlijk op de werkvloer. De normen die voor arbeiders gelden, zo constateerden ze in een andere studie, komen voor 9 chemicaliën in de buurt van 10% van de TD50 en voor 27 was dat tussen de 1 en de 10%.

 

De chemicaliën uit het milieu waar veel mensen zo bang voor zijn en waar een peperdure wetgeving voor is ontworpen leveren dus weinig gevaar op, en er is volgens Lois Gold weinig reden om je daar zorgen over te maken. Wel maakt ze zich zorgen over gewone geneesmiddelen en over de populaire kruidenmiddelen. Er is alle reden om ervan uit te gaan dat de helft van alle geneesmiddelen en kruiden kankerverwekkende potentie heeft. Het zorgenwekkende ervan is dat mensen deze stoffen in grote hoeveelheden consumeren Lois Gold:'Als je zo'n knoflookpil slikt, heb je dan enige idee wat een enorme hoeveelheid knoflook je dan binnenkrijgt?'

 

De ideeën van Gold (en Ames - de meeste studies deden ze samen) beginnen langzaam aan geaccepteerd te worden. De National Research Council publiceerde een studie waarin ze simpelweg in het gelijk werden gesteld en de Environmental Protection Agency, een zeer machtige 17.000 werknemers tellende milieuinstituut in de VS heeft nieuwe richtlijnen opgesteld waarbij het mogelijk wordt om milieumaatregelen te baseren op daadwerkelijke blootstelling aan een bepaalde chemische stof en niet meer uit te gaan van ‘worst-case- scenario’s. Paracelsus komt weer terug kortom, een bepaalde stof is pas gevaarlijk als je er een bepaalde hoeveelheid van binnen krijgt. Die richtlijnen hebben nog geen kracht van wet, maar als dat gebeurt is te verwachten dat niet meer halve woonwijken ontruimd moeten worden omdat er een stofje aanweig is dat er niet helemaal thuishoort, maar feitelijk geen gevaar doet. Fabrikanten van geneesmiddelen en supplementen op basis van kruiden zullen daarentegen aan moeten gaan tonen dat het levensling slikken van hun preparaten geen kanker verwekt.

 

HERP INDEX

 

Mogelijk gevaar

 

 

Kankerverwekkendheid van de stof

 

 

 

 

 

 

 

 

TD50 (mg/kg)

 

 

 

 

 

HERP (%)

Dagelijkse blootstelling

Menselijke dosis van de stof

Rat

Muis

 

 

 

 

 

140

EDB: arbeiders (hoge blootstelling) (voor 1977)

Ethyleen dibromide, 150 mg

1.52

(7.45)

17

Clofibraat

Clofibraat, 2 g

169

.

14

Phenobarbital, 1 slaappil

Phenobarbital, 60 mg

(+)

6.09

6.8

1,3-Butadieen: rubber arbeiders (1978-86)

1,3-Butadieen, 66.0 mg

(261)

13.9

6.1

Tetrachloorethyleen: dry cleaners met ‘dry-to-dry’ units (1980-90)

Tetrachloorethyleen, 433 mg

101

(126)

4.0

Formaldehyde: arbeiders

Formaldehyde, 6.1 mg

2.19

(43.9)

2.1

Bier, 257 g

Ethyl alcohol, 13.1 ml

9110

(-)

1.4

Lucht in een caravan (14 uur/dag)

Formaldehyde, 2.2 mg

2.19

(43.9)

0.9

Methyleen chloride: arbeiders (1940s-80s)

Methyleen chloride, 471 mg

724

(918)

0.5

Wijn, 28.0 g

Ethyl alcohol, 3.36 ml

9110

(-)

0.4

Gewone huislucht (14 uur/dag)

Formaldehyde, 598 ug

2.19

(43.9)

0.1

Koffie, 13.3 g

Caffeine zuur, 23.9 mg

297

(4900)

0.04

Sla, 14.9 g

Caffeine zuur, 7.90 mg

297

(4900)

0.03

Safrole in spices

Safrole, 1.2 mg

(441)

51.3

0.03

Sinaasappelsap, 138 g

d-Limonene, 4.28 mg

204

(-)

0.03

Zwarte peper, 446 mg

d-Limonene, 3.57 mg

204

(-)

0.02

Champignon (Agaricus bisporus, 2.55 g)

Mengsel van hydrazines, etc. (hele Champignon)

-

20,300

0.02

Appel, 32.0 g

Caffeine zuur, 3.40 mg

297

(4900)

0.02

Koffie, 13.3 g

Catechol, 1.33 mg

118

(244)

0.02

Koffie, 13.3 g

Furfural, 2.09 mg

(683)

197

0.009

BHA: dagelijks US gemiddelde (1975)

BHA, 4.6 mg

745

(5530)

0.008

Bier (before 1979), 257 g

Dimethylnitrosamine, 726 ng

0.124

(0.189)

0.008

Aflatoxin: dagelijks US gemiddelde (1984-89)

Aflatoxin, 18 ng

0.0032

(+)

0.007

Kaneel, 21.9 mg

Coumarine, 65.0 ug

13.9

(103)

0.006

Koffie, 13.3 g

Hydroquinone, 333 ug

82.8

(225)

0.005

Saccharine: dagelijks US gemiddelde (1977)

Saccharine, 7 mg

2140

(-)

0.005

Wortel, 12.1 g

Aniline, 624 ug

194*

(-)

0.004

Aardappel, 54.9 g

Caffeine zuur, 867 ug

297

(4900)

0.004

Selderij, 7.95 g

Caffeine zuur, 858 ug

297

(4900)

0.004

Wit brood, 67.6 g

Furfural, 500 ug

(683)

197

0.003

Nootmuskaat, 27.4 mg

d-Limonene, 466 ug

204

(-)

0.003

Gewone huislucht (14uur/dag)

Benzene, 155 ug

(169)

77.5

0.002

Wortel, 12.1 g

Caffeine zuur, 374 ug

297

(4900)

0.002

Ethyleen thiourea: dagelijks US gemiddelde (1990)

Ethyleen thiourea, 9.51 ug

7.9

(23.5)

0.002

[DDT: dagelijks US gemiddelde (voor 1972 verbod)]

[DDT, 13.8 ug]

(84.7)

12.3

0.001

Pruim, 2.00 g

Caffeine zuur, 276 ug

297

(4900)

0.001

BHA: dagelijks US gemiddelde (1987)

BHA, 700 ug

745

(5530)

0.001

Peer, 3.29 g

Caffeine zuur, 240 ug

297

(4900)

0.001

[UDMH: dagelijks US gemiddelde (1988)]

[UDMH, 2.82 ug (van Alar)]

(-)

3.96

0.0009

Bruine mosterd, 68.4 mg

Allyl isothiocyanate, 62.9 ug

96

(-)

0.0008

[DDE: dagelijks US gemiddelde (before 1972 ban)]

[DDE, 6.91 ug]

(-)

12.5

0.0007

TCDD: dagelijks US gemiddelde (1994)

TCDD, 12.0 pg

0.0000235

(0.000156)

0.0007

Bacon, 11.5 g

Diethylnitrosamine, 11.5 ng

0.0237

(+)

0.0006

Champignon (Agaricus bisporus 2.55 g)

Glutamyl-p-hydrazino-benzoate, 107 ug

.

277

0.0004

Bacon, 11.5 g

N-Nitrosopyrrolidine, 196 ng

(0.799)

0.679

0.0004

Bacon, 11.5 g

Dimethylnitrosamine, 34.5 ng

0.124

(0.189)

0.0004

[EDB: Dagelijks US gemiddelde (voor het verbod van 1984)]

[EDB, 420 ng]

1.52

(7.45)

0.0004

Kraanwater, 1 liter (1987-92)

Bromodichloormethane, 13 ug

(72.5)

47.7

0.0003

Mango, 1.22 g

d-Limonene, 48.8 ug

204

(-)

0.0003

Bier, 257 g

Furfural, 39.9 ug

(683)

197

0.0003

Kraanwater, 1 liter (1987-92)

Chloroform, 17 ug

(262)

90.3

0.0003

Carbaryl: dagelijks US gemiddelde (1990)

Carbaryl, 2.6 ug

14.1

(-)

0.0002

Selderij, 7.95 g

8-Methoxypsoraleen, 4.86 ug

32.4

(-)

0.0002

Toxafeen: dagelijks US gemiddelde (1990)

Toxafeen, 595 ng

(-)

5.57

0.00009

Champignon (Agaricus bisporus, 2.55 g)

p-Hydrazinobenzoate, 28 ug

.

454*

0.00008

PCBs: dagelijks US gemiddelde (1984-86)

PCBs, 98 ng

1.74

(9.58)

0.00008

DDE/DDT: dagelijks US gemiddelde (1990)

DDE, 659 ng

(-)

12.5

0.00007

Knol, 54.0 mg

8-Methoxypsoralen, 1.57 ug

32.4

(-)

0.00007

Toast, 67.6 g

Urethane, 811 ng

(41.3)

16.9

0.00006

Hamburger, in de pan gebakken, 85 g

PhIP, 176 ng

4.29*

(28.6*)

0.00005

Estragole in kruiden

Estragole, 1.99 ug

.

51.8

0.00005

Peterselie, vers, 324 mg

8-Methoxypsoralen, 1.17 ug

32.4

(-)

0.00003

Hamburger, in de pan gebakken, 85 g

MeIQx, 38.1 ng

1.99

(24.3)

0.00002

Dicofol: dagelijks US gemiddelde (1990)

Dicofol, 544 ng

(-)

32.9

0.00001

Cacao, 3.34 g

alpha-Methylbenzyl alcohol, 4.3 ug

458

(-)

0.00001

Bier, 257 g

Urethane, 115 ng

(41.3)

16.9

0.000005

Hamburger, in de pan gebakken, 85 g

IQ, 6.38 ng

1.89*

(19.6)

0.000001

Lindaan: dagelijks US gemiddelde (1990)

Lindaan, 32 ng

(-)

30.7

0.0000004

PCNB: dagelijks US gemiddelde (1990)

PCNB (Quintozene), 19.2 ng

(-)

71.1

0.0000001

Chloorbenzilaat: dagelijks US gemiddelde (1989)

Chloorbenzilaat, 6.4 ng

(-)

93.9

0.00000006

Captan: dagelijks US gemiddelde (1990)

Captan, 115 ng

2690

(2730)

<0.00000001

Chloorthalonil: dagelijks US gemiddelde (1990)

Chloorthalonil, <6.4 ng

828

(-)

0.000000008

Folpet: dagelijks US gemiddelde (1990)

Folpet, 12.8 ng

.

2280

 

Legenda:

Getal tussen haakjes: betreft de minst gevoelige soort, niet gebruikt voor de berekening.

. (een punt) niet goed onderzocht op carcinogeniteit

  • veroorzaakte geen kanker

+  veroorzaakte wel kanker maar onderzoek staat niet toe een TD50 te berekenen

Cursief: voedingsmiddel

 

Literatuur:

  1. The TD50: A proposed general convention for the numerical description of the carcinogenic potency of chemicals in chronic exposure animal experiments. By Richard Peto, Malcolm Pike, Leslie Bernstein, Lois Swirsky Gold and Bruce Ames. Environmental Health Perspectives Vol 58, p1-8, 1984.
  2. http://potency.berkeley.edu/cpdb.html
  3. http://potency.berkely.edu/herp.html 
  4. Natural carcinogens and dioxins. Bruce N. Ames. The science of the total environment, 104 (1991) 159-166.

Die HERP-index staat hierbij afgedrukt, maar alvorens in te gaan op de bijzondere conclusies die daaruit getrokken kunnen worden eerst het volgende.

 

In vorige artikelen ben ik ingegaan op de gebrekkige bruikbaarheid van dierexperimenten bij het vaststellen of een bepaalde stof een potentieel (kanker-)risico op kan leveren voor mensen. De dosis die bij dergelijke experimenten aan ratten en muizen wordt gegeven is zo enorm veel hoger dan de dosis die mensen krijgen dat het omrekenen ‘ratten krijgen kanker van een kilo, dus een mens krijgt kanker van een gram’ ietwat belachelijk wordt. Bovendien meent de Californische hoogleraar Bruce Ames dat de kanker effecten die in veel van deze studies gevonden worden niet het gevolg zijn van de kwaliteit van de stof, maar van de hoeveelheid van de stof. De proefdieren krijgen van een stof zoveel toegediend dat daardoor celschade ontstaat die dan vervolgens kan doorzetten in kanker. Door deze methode van onderzoek bleken de helft van alle onderzochte chemicaliën, hetzij van natuurlijke, hetzij van synthetische herkomst kanker te kunnen veroorzaken.

 

Maar het is niet zo dat  alle proefdieren kanker krijgen als ze maar een grote hoeveelheid krijgen toegediend, de kwaliteit van een stof speelt toch een rol. En ook al is het niet goed mogelijk om te extrapoleren naar de dreiging van kanker voor mensen, kunnen deze dierexperimenten wel gebruikt worden voor een onderlinge vergelijking: welke stof is het gevaarlijkst.

 

Vergelijkbaar met de LD50 is de TD50 de dosis van een bepaalde stof (uitgedrukt in milligrammen per kilo rat/muis) waarbij de helft van de proefdieren kanker krijgt binnen hun gebruikelijke leeftijd. Er wordt rekening mee gehouden dat sommige dieren in de controlegroep spontaan kanker krijgen en ook met het feit dat er nogal wat verschillen zijn tussen kanker krijgen en doodgaan, maar dat zijn wetenschappelijke details waarover elders meer is te lezen (1)

Add new comment